Veelgestelde vragen

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​Heeft u vragen? Op deze pagina ​vindt u per onderwerp antwoorden op vragen die regelmatig aan ons gesteld worden​.​​

​​

Hoe kan ik toegang krijgen tot een product/dienst van DHD (zoals de Diagnosethesaurus)?

Binnen uw ziekenhuis zijn een of meerdere lokaal beheerders aangewezen door uw raad van bestuur. De lokaal beheerder kan u gebruiksrechten verlenen voor een product of dienst van DHD via het Extern Account Beheer (EAB).

​Weet u niet wie de lokaal beheerder is of welke lokaal beheerder geautoriseerd is voor het desbetreffende product, neem dan contact op met onze Servicedesk.

Bent u zelf lokaal beheerder, maar heeft u deze rechten niet? Dan kunt u het 'wijzigingsformulier machtiging lokaal beheerder' invullen, deze laten ondertekenen door de raad van bestuur van uw ziekenhuis en sturen naar info@dhd.nl​. U vindt het formulier onder 'Handleidingen' in Mijn DHD​.

Bent u niet werkzaam binnen een ziekenhuis en wilt u toegang tot een van onze producten of diensten? Neem dan contact op met onze Servicedesk.

Autorisatie
Het lukt niet om de bestanden uit te pakken, of mijn wachtwoord om bestanden uit te pakken werkt niet.

Sla het ZIP-bestand eerst op de harde schijf van uw computer op (niet direct openen vanuit uw webbrowser). Daarna dient u het uit te pakken met een van de volgende programma’s: WinZIP, 7-Zip of WinRAR. Gebruikt u een Mac (Apple), dan kunt u gebruikmaken van Keka.

Kies de optie 7-Zip, WinZip of WinRAR en klik vervolgens op ‘Uitpakken naar <bestandsnaam>’ of ‘Extract to <bestandsnaam>’.

Daarna vult u het wachtwoord in dat u per sms heeft ontvangen. Klik op 'Wachtwoord tonen' zodat u kunt controleren of u het wachtwoord juist heeft ingetypt. Wij raden u aan het wachtwoord te kopiëren uit de e-mail of letterlijk over te typen vanuit de sms. Let op dat u geen extra spaties aan het einde meekopieert.

Mocht het nog steeds niet lukken, neem dan contact op met onze Servicedesk​.

Autorisatie
Ik heb geen wachtwoord via sms ontvangen.

​​​​​​​​Als u contact met onze Servicedesk opneemt via 030 273 97 00 of ons een bericht stuurt, kunnen wij controleren of uw mobiele nummer juist staat geregistreerd.​

Autorisatie

Autorisatie

Binnen uw ziekenhuis zijn een of meerdere lokaal beheerders aangewezen door uw raad van bestuur. De lokaal beheerder kan u gebruiksrechten verlenen voor een product of dienst van DHD via het Extern Account Beheer (EAB).

​Weet u niet wie de lokaal beheerder is of welke lokaal beheerder geautoriseerd is voor het desbetreffende product, neem dan contact op met onze Servicedesk.

Bent u zelf lokaal beheerder, maar heeft u deze rechten niet? Dan kunt u het 'wijzigingsformulier machtiging lokaal beheerder' invullen, deze laten ondertekenen door de raad van bestuur van uw ziekenhuis en sturen naar info@dhd.nl​. U vindt het formulier onder 'Handleidingen' in Mijn DHD​.

Bent u niet werkzaam binnen een ziekenhuis en wilt u toegang tot een van onze producten of diensten? Neem dan contact op met onze Servicedesk.

Laatst gewijzigd: november 2017

Sla het ZIP-bestand eerst op de harde schijf van uw computer op (niet direct openen vanuit uw webbrowser). Daarna dient u het uit te pakken met een van de volgende programma’s: WinZIP, 7-Zip of WinRAR. Gebruikt u een Mac (Apple), dan kunt u gebruikmaken van Keka.

Kies de optie 7-Zip, WinZip of WinRAR en klik vervolgens op ‘Uitpakken naar <bestandsnaam>’ of ‘Extract to <bestandsnaam>’.

Daarna vult u het wachtwoord in dat u per sms heeft ontvangen. Klik op 'Wachtwoord tonen' zodat u kunt controleren of u het wachtwoord juist heeft ingetypt. Wij raden u aan het wachtwoord te kopiëren uit de e-mail of letterlijk over te typen vanuit de sms. Let op dat u geen extra spaties aan het einde meekopieert.

Mocht het nog steeds niet lukken, neem dan contact op met onze Servicedesk​.

Laatst gewijzigd: september 2017

​​​​​​​​Als u contact met onze Servicedesk opneemt via 030 273 97 00 of ons een bericht stuurt, kunnen wij controleren of uw mobiele nummer juist staat geregistreerd.​

Laatst gewijzigd: september 2017

Alle vragen over Autorisatie

Hoe kan een specialisme het gebruik van de Diagnosethesaurus en de uitkomsten daarvan binnen het eigen ziekenhuis monitoren?

Wij adviseren medisch specialisten om elke door de Diagnosethesaurus voorgestelde DBC-diagnose kritisch te bezien en indien nodig deze te overschrijven met de juiste DBC-diagnose. Mocht dit gebeuren, koppel dit dan terug aan de zorgadministratie in uw ziekenhuis en aan uw wetenschappelijke vereniging, zodat hierop een wijziging van de Diagnosethesaurus kan worden aangevraagd.

Na het implementeren van de Diagnosethesaurus is het aan te raden dat het betreffende specialisme, samen met de zorgadministratie, de eerste maanden monitort of een verschuiving van DBC-diagnosen plaatsvindt ten opzichte van de maanden voor de implementatie. Opvallende verschuivingen kunnen een aanleiding zijn om de afleiding naar de DBC-diagnose nader te bezien.

Daarnaast is het zinvol dat het specialisme afspreekt met de zorgadministratie dat medisch codeurs steekproefsgewijs controles en eventuele correcties uitvoeren op de afgeleide ICD-10 codes. Verbeteringen kunnen leiden tot een wijzigingsvoorstel.​

Tot slot kan het specialisme overwegen om met de vakgroep de referentietermen te doorlopen die de Diagnosethesaurus aanbiedt, om te bepalen welke termen in de praktijk het meest worden gebruikt. Deze kunnen bij de implementatie van de Diagnosethesaurus in het EPD worden toegevoegd aan een favorietenlijst. Hiermee wordt het kiezen van een referentieterm – en daarmee het afleiden van DBC-diagnose en ICD-10 code – versneld.

Diagnosethesaurus
Wat is de verantwoordelijkheid van de medisch specialist in het totale registratieproces?
​In het verleden bleek af en toe onduidelijkheid te bestaan over het doel van de Diagnosethesaurus. Sommige toekomstige gebruikers leefden in de veronderstelling dat de Diagnosethesaurus er vooral is voor registratie van de ICD-10 of de financiële registratie. En dat medisch specialisten daarmee verantwoordelijk zouden zijn voor eventuele fouten bij die registratie. Dat is nadrukkelijk niet het geval.

Het doel van de Diagnosethesaurus is de arts te ondersteunen bij het eenmalig vastleggen voor meervoudig gebruik. De Diagnosethesaurus maakt het eenduidig registreren van de klinisch relevante diagnose in het elektronisch patiëntendossier (EPD) mogelijk. De kwaliteit van de output hangt af van alle schakels in de keten: EPD – Diagnosethesaurus – arts – zorgadministrateur – medisch codeur – beheerder EPD – ICT. Elke schakel in deze keten, dus niet alleen de arts, heeft in die keten zijn eigen verantwoordelijkheid. De uiteindelijke output is dus niet de verantwoordelijkheid van de arts.​
Diagnosethesaurus
Wat is in de Diagnosethesaurus het verschil tussen een hoofd- en een nevendiagnose?

​Dezelfde diagnoseterm kan bij meerdere specialismen voorkomen. Als de diagnose bij bijvoorbeeld het specialisme Cardiologie tot de hoofddiagnose behoort, zal er altijd een afleiding naar een DBC-diagnosetypering zijn opgenomen. Bij een nevendiagnose zal geen afleiding naar een DBC-diagnosetypering zijn opgenomen. Bij elke diagnoseterm – hoofd- of nevendiagnose – is een afleiding naar ICD-10 opgenomen.​

Diagnosethesaurus

Diagnosethesaurus

Wij adviseren medisch specialisten om elke door de Diagnosethesaurus voorgestelde DBC-diagnose kritisch te bezien en indien nodig deze te overschrijven met de juiste DBC-diagnose. Mocht dit gebeuren, koppel dit dan terug aan de zorgadministratie in uw ziekenhuis en aan uw wetenschappelijke vereniging, zodat hierop een wijziging van de Diagnosethesaurus kan worden aangevraagd.

Na het implementeren van de Diagnosethesaurus is het aan te raden dat het betreffende specialisme, samen met de zorgadministratie, de eerste maanden monitort of een verschuiving van DBC-diagnosen plaatsvindt ten opzichte van de maanden voor de implementatie. Opvallende verschuivingen kunnen een aanleiding zijn om de afleiding naar de DBC-diagnose nader te bezien.

Daarnaast is het zinvol dat het specialisme afspreekt met de zorgadministratie dat medisch codeurs steekproefsgewijs controles en eventuele correcties uitvoeren op de afgeleide ICD-10 codes. Verbeteringen kunnen leiden tot een wijzigingsvoorstel.​

Tot slot kan het specialisme overwegen om met de vakgroep de referentietermen te doorlopen die de Diagnosethesaurus aanbiedt, om te bepalen welke termen in de praktijk het meest worden gebruikt. Deze kunnen bij de implementatie van de Diagnosethesaurus in het EPD worden toegevoegd aan een favorietenlijst. Hiermee wordt het kiezen van een referentieterm – en daarmee het afleiden van DBC-diagnose en ICD-10 code – versneld.

Laatst gewijzigd: september 2017
​In het verleden bleek af en toe onduidelijkheid te bestaan over het doel van de Diagnosethesaurus. Sommige toekomstige gebruikers leefden in de veronderstelling dat de Diagnosethesaurus er vooral is voor registratie van de ICD-10 of de financiële registratie. En dat medisch specialisten daarmee verantwoordelijk zouden zijn voor eventuele fouten bij die registratie. Dat is nadrukkelijk niet het geval.

Het doel van de Diagnosethesaurus is de arts te ondersteunen bij het eenmalig vastleggen voor meervoudig gebruik. De Diagnosethesaurus maakt het eenduidig registreren van de klinisch relevante diagnose in het elektronisch patiëntendossier (EPD) mogelijk. De kwaliteit van de output hangt af van alle schakels in de keten: EPD – Diagnosethesaurus – arts – zorgadministrateur – medisch codeur – beheerder EPD – ICT. Elke schakel in deze keten, dus niet alleen de arts, heeft in die keten zijn eigen verantwoordelijkheid. De uiteindelijke output is dus niet de verantwoordelijkheid van de arts.​
Laatst gewijzigd: september 2017

​Dezelfde diagnoseterm kan bij meerdere specialismen voorkomen. Als de diagnose bij bijvoorbeeld het specialisme Cardiologie tot de hoofddiagnose behoort, zal er altijd een afleiding naar een DBC-diagnosetypering zijn opgenomen. Bij een nevendiagnose zal geen afleiding naar een DBC-diagnosetypering zijn opgenomen. Bij elke diagnoseterm – hoofd- of nevendiagnose – is een afleiding naar ICD-10 opgenomen.​

Laatst gewijzigd: september 2017

Alle vragen over Diagnosethesaurus

Waarvoor kan de Verrichtingenthesaurus worden gebruikt?

Met de Verrichtingenthesaurus worden medische handelingen gestandaardiseerd vastgelegd in het EPD, in de taal die medisch specialisten in de praktijk gebruiken. De termen in de thesaurus zijn gekoppeld aan de internationale standaarden SNOMED CT en/of LOINC.

Deze landelijk gestandaardiseerde vastlegging van verrichtingen zorgt voor tal van voordelen, zoals een efficiëntere administratie en verlaging van de registratielast. De vastgelegde gegevens kunnen voor meerdere doeleinden worden gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • uitwisseling tussen zorgverleners en met patiënten

  • stuurinformatie en benchmarking

  • aanlevering aan landelijke dataverzamelingen

  • wetenschappelijk onderzoek en externe rapportages

​Zo kunnen in de toekomst praktische toepassingen aan de Verrichtingenthesaurus worden gekoppeld. Bij de Diagnosethesaurus gebeurt dit al. Een voorbeeld is CRAMP, een database van zeldzame spierziekten die wordt aangeleverd via de LBZ. De database wordt gevuld met diagnosen die door middel van de Diagnosethesaurus door ziekenhuizen worden geregistreerd.

De termen in de Verrichtingenthesaurus leiden, waar relevant, automatisch af naar ZA-codes ten behoeven van declaraties. Deze hoeven daardoor niet afzonderlijk te worden geregistreerd.

Verrichtingenthesaurus
Wat zijn de voordelen van de Verrichtingenthesaurus ten opzichte van het Verrichtingenbestand (CBV), eigen lijsten of rechtstreeks registreren op zorgactiviteit (ZA)?

Ziekenhuizen registreren verrichtingen op verschillende manieren. Door gebruik te maken van de Verrichtingenthesaurus kunnen ziekenhuizen voordelen behalen op het gebied van kwaliteit, tijd, uitwisselbaarheid en mogelijkheden tot meervoudig gebruik. De voordelen verschillen tussen ziekenhuizen die verrichtingen registreren op basis van het Verrichtingenbestand (CBV), ZA-codes of eigen lijsten. Hieronder vindt u een beknopt overzicht.


Verrichtingenbestand (CBV)

Het CBV is 30 jaar oud en toe aan een opschoning. De Verrichtingenthesaurus voorziet onder andere in deze behoefte. Vanaf 2019 wordt het CBV-bestand ‘bevroren’ en zal geen onderhoud meer plaatsvinden aan de tabellen.

Voor ziekenhuizen die de Verrichtingenthesaurus nog niet direct kunnen implementeren, blijft DHD het CBV gedurende 2018 nog beheren. In verband met de doorlooptijd richting de laatste uitlevering in december 2018, is het tot 1 augustus 2018 mogelijk om nieuwe codes aan te vragen en tot 16 november 2018 om wijzigingen aan bestaande codes aan te vragen.

De frequentie van de uitleveringen blijft ongewijzigd, namelijk één keer per kwartaal. 


Eigen lijsten

​Eigen lijsten werpen een barrière op voor de uitwisselbaarheid van de data. Tevens vragen deze lijsten veel onderhoud per ziekenhuis. De Verrichtingenthesaurus wordt centraal beheerd en onderhouden, waardoor onderhoudskosten slechts eenmalig hoeven worden gemaakt. Verder biedt de Verrichtingenthesaurus uitwisselmogelijkheden op landelijk en internationaal niveau.


Zorgactiviteiten (ZA's)

De ZA’s zijn ontwikkeld voor financiële registratie onder regie van de NZa. Ze zijn weinig gedetailleerd en niet geschikt voor medische en kwaliteitsregistratie. Tevens dreigen de ZA's steeds minder specifiek te worden. Om medische en kwaliteitsregistratie bij te houden en gelijktijdig een automatische afleiding naar de ZA’s te faciliteren, biedt de Verrichtingenthesaurus uitkomst.

Verrichtingenthesaurus
Is gebruik van de Verrichtingenthesaurus verplicht?​​Het gebruik van de Verrichtingenthesaurus is niet verplicht. Ziekenhuizen hebben zich gecommitteerd aan het programma ‘Registratie aan de bron’. Hierbij gaat het om afspraken omtrent het eenduidig, eenmalig registreren voor meervoudig gebruik in zorgsystemen. Voorbeelden hiervan zijn de zorginformatiebouwstenen (zibs) en de Basisgegevensset Zorg. De thesauri zijn hulpmiddelen om dit in de praktijk mogelijk te maken. Kijk hier voor meer informatie.Verrichtingenthesaurus

Verrichtingenthesaurus

Met de Verrichtingenthesaurus worden medische handelingen gestandaardiseerd vastgelegd in het EPD, in de taal die medisch specialisten in de praktijk gebruiken. De termen in de thesaurus zijn gekoppeld aan de internationale standaarden SNOMED CT en/of LOINC.

Deze landelijk gestandaardiseerde vastlegging van verrichtingen zorgt voor tal van voordelen, zoals een efficiëntere administratie en verlaging van de registratielast. De vastgelegde gegevens kunnen voor meerdere doeleinden worden gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • uitwisseling tussen zorgverleners en met patiënten

  • stuurinformatie en benchmarking

  • aanlevering aan landelijke dataverzamelingen

  • wetenschappelijk onderzoek en externe rapportages

​Zo kunnen in de toekomst praktische toepassingen aan de Verrichtingenthesaurus worden gekoppeld. Bij de Diagnosethesaurus gebeurt dit al. Een voorbeeld is CRAMP, een database van zeldzame spierziekten die wordt aangeleverd via de LBZ. De database wordt gevuld met diagnosen die door middel van de Diagnosethesaurus door ziekenhuizen worden geregistreerd.

De termen in de Verrichtingenthesaurus leiden, waar relevant, automatisch af naar ZA-codes ten behoeven van declaraties. Deze hoeven daardoor niet afzonderlijk te worden geregistreerd.

Laatst gewijzigd: december 2017

Ziekenhuizen registreren verrichtingen op verschillende manieren. Door gebruik te maken van de Verrichtingenthesaurus kunnen ziekenhuizen voordelen behalen op het gebied van kwaliteit, tijd, uitwisselbaarheid en mogelijkheden tot meervoudig gebruik. De voordelen verschillen tussen ziekenhuizen die verrichtingen registreren op basis van het Verrichtingenbestand (CBV), ZA-codes of eigen lijsten. Hieronder vindt u een beknopt overzicht.


Verrichtingenbestand (CBV)

Het CBV is 30 jaar oud en toe aan een opschoning. De Verrichtingenthesaurus voorziet onder andere in deze behoefte. Vanaf 2019 wordt het CBV-bestand ‘bevroren’ en zal geen onderhoud meer plaatsvinden aan de tabellen.

Voor ziekenhuizen die de Verrichtingenthesaurus nog niet direct kunnen implementeren, blijft DHD het CBV gedurende 2018 nog beheren. In verband met de doorlooptijd richting de laatste uitlevering in december 2018, is het tot 1 augustus 2018 mogelijk om nieuwe codes aan te vragen en tot 16 november 2018 om wijzigingen aan bestaande codes aan te vragen.

De frequentie van de uitleveringen blijft ongewijzigd, namelijk één keer per kwartaal. 


Eigen lijsten

​Eigen lijsten werpen een barrière op voor de uitwisselbaarheid van de data. Tevens vragen deze lijsten veel onderhoud per ziekenhuis. De Verrichtingenthesaurus wordt centraal beheerd en onderhouden, waardoor onderhoudskosten slechts eenmalig hoeven worden gemaakt. Verder biedt de Verrichtingenthesaurus uitwisselmogelijkheden op landelijk en internationaal niveau.


Zorgactiviteiten (ZA's)

De ZA’s zijn ontwikkeld voor financiële registratie onder regie van de NZa. Ze zijn weinig gedetailleerd en niet geschikt voor medische en kwaliteitsregistratie. Tevens dreigen de ZA's steeds minder specifiek te worden. Om medische en kwaliteitsregistratie bij te houden en gelijktijdig een automatische afleiding naar de ZA’s te faciliteren, biedt de Verrichtingenthesaurus uitkomst.

Laatst gewijzigd: mei 2018
​​Het gebruik van de Verrichtingenthesaurus is niet verplicht. Ziekenhuizen hebben zich gecommitteerd aan het programma ‘Registratie aan de bron’. Hierbij gaat het om afspraken omtrent het eenduidig, eenmalig registreren voor meervoudig gebruik in zorgsystemen. Voorbeelden hiervan zijn de zorginformatiebouwstenen (zibs) en de Basisgegevensset Zorg. De thesauri zijn hulpmiddelen om dit in de praktijk mogelijk te maken. Kijk hier voor meer informatie. Laatst gewijzigd: oktober 2017

Alle vragen over Verrichtingenthesaurus

Hoe kan ik een nieuwe verrichtingencode / CBV code aanvragen? Hoe vraag ik mutaties in de koppelingen CBV-codes met ZA-codes aan?

​U kunt dit bij DHD aanvragen via dit formulie​r.

Verrichtingenbestand
Ik wil graag toegang tot het Verrichtingenraadpleegsysteem (VRS). Hoe krijg ik dat?

​​Hiervoor dient u gemachtigd te worden. U kunt dit doen bij de lokaal beheerder van uw instelling. Weet u niet wie uw lokaal beheerder is, neem dan contact op met onze Servicedesk​​.

Verrichtingenbestand
Wanneer wordt het Verrichtingenbestand (CBV) uitgeleverd?

Zie hiervoor het uitleverschema​ op onze website.

Verrichtingenbestand

Verrichtingenbestand

​​Hiervoor dient u gemachtigd te worden. U kunt dit doen bij de lokaal beheerder van uw instelling. Weet u niet wie uw lokaal beheerder is, neem dan contact op met onze Servicedesk​​.

Laatst gewijzigd: november 2017

Zie hiervoor het uitleverschema​ op onze website.

Laatst gewijzigd: november 2017

Alle vragen over Verrichtingenbestand

Wat is de definitie van een acute opname/urgentie-opname?

Een urgente opname is een opname die niet kan worden uitgesteld omdat onmiddellijke observatie, onderzoek en/of behandeling binnen 24 uur noodzakelijk is. Binnen 24 uur wil zeggen: gerekend vanaf het moment dat de medisch specialist oordeelt dat een urgente opname noodzakelijk is. Als de patiënt als urgent wordt gecategoriseerd maar de daadwerkelijke opname 24 uur of later plaatsvindt, dan kan toch de definitie urgent worden gehanteerd. 

Voor de registratie van urgent en niet-urgent bij ziekenhuis geboren zuigelingen en bevallingen geldt:

  • Ziekenhuis geboren zuigelingen
    • Urgent: ziekenhuis geboren zuigelingen die, vanwege een eigen zorgvraag, worden opgenomen voor de kinderarts
    • Niet-urgent: ziekenhuis geboren zuigelingen die worden opgenomen voor de gynaecoloog (gezonde zuigelingen)
  • Klinische bevallingen
    • Urgent: 
      • opname vanwege een in gang zijnde bevalling
      • opname omdat de bevalling niet kan worden uitgesteld en deze binnen 24 uur moet worden ingeleid
      • opname omdat binnen 24 uur een sectio moet plaatsvinden
    • Niet-urgent:
      • opname vanwege bevalling waarbij de datum van de bevalling (inleiden of primaire sectio) van tevoren is afgesproken en de bevalling noodzakelijkerwijs niet binnen 24 uur hoeft aan te vangen
      • bevalling die plaatsvindt tijdens een opname vanwege een gecompliceerde zwangerschap waarbij de opname-indicatie niet-urgent was

Gastverblijf (bijvoorbeeld traject gezonde moeder/kind) is een niet-urgente opname.


Voorbeeld 1: 
De opname van de patiënt is door de medisch specialist als acuut gecategoriseerd, maar de daadwerkelijke opname vindt 24 uur of later plaats. 
- Coderen: urgent


Voorbeeld 2: 
Een patiënt komt op de afdeling EHBO waar wordt geconstateerd dat de patiënt onmiddellijk, binnen 24 uur, moet worden opgenomen.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 3: 
De patiënt wordt door de huisarts met spoed naar het poliklinisch spreekuur verwezen. Telefonisch wordt een afspraak gemaakt voor dezelfde dag. Tijdens het spreekuur blijkt opname noodzakelijk te zijn. De patiënt gaat nog wel naar huis om nachtkleding op te halen.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 4:
Idem aan voorbeeld 3, maar de patiënt komt de volgende dag voor opname binnen 24 uur.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 5:
Een patiënt komt op het spreekuur. Opname op termijn is wenselijk. Om praktische redenen (bijvoorbeeld wens van de patiënt, opengevallen operatieschema van het ziekenhuis) vindt een directe opname plaats.
- Coderen: niet-urgent


Voorbeeld 6: 
Een patiënt bevalt in het ziekenhuis van een gezonde baby. Er is van tevoren afgesproken om te bevallen in het ziekenhuis. Midden in de nacht wordt de vrouw opgenomen omdat de weeën zijn gestart.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: niet-urgent


Voorbeeld 7:
Tijdens een bevalling thuis is onmiddellijke opname van de vrouw in een ziekenhuis noodzakelijk. Het kind (gezonde zuigeling) wordt in het ziekenhuis geboren.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: niet-urgent


Voorbeeld 8:
Een pasgeborene moet onmiddellijk na de thuisbevalling door de kinderarts worden opgenomen. De moeder blijft bij het kind om de voeding te verzorgen.
- Coderen moeder: niet-urgent (gastverblijf is nooit acuut)
- Coderen kind: urgent


Voorbeeld 9:
Vanwege een complicatie tijdens een thuisbevalling wordt een patiënt opgenomen om in het ziekenhuis te bevallen. Vanwege de gecompliceerde bevalling wordt het kind opgenomen door de kinderarts.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: urgent 


Voorbeeld 10:
Vanwege een sectio in de anamnese zal de patiënt in huidige zwangerschap een primaire sectio ondergaan. Aan het einde van de zwangerschap wordt een datum afgesproken wanneer dit zal plaatsvinden en patiënt ondergaat op de geplande datum de sectio. Het kind wordt aansluitend aan de sectio opgenomen voor de kinderarts.
- Coderen moeder: niet-urgent
- Coderen kind: urgent 


Voorbeeld 11:
Een patiënt is in ziekenhuis A acuut opgenomen en wordt doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B.
- Coderen ziekenhuis A: urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 12:
Een patiënt is in ziekenhuis A vanaf de wachtlijst opgenomen en wordt vanwege een complicatie doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B. 
- Coderen ziekenhuis A: niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 13:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij wordt besloten om de patiënt voor operatie over te plaatsen naar ziekenhuis B.
- Coderen ziekenhuis A: n.v.t.
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 14:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. Patiënt wordt niet opgenomen in ziekenhuis B, maar direct aansluitend op de interventie overgeplaatst naar ziekenhuis A.
- Coderen ziekenhuis A: urgent
- Coderen ziekenhuis B: n.v.t.


Voorbeeld 15:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. Patiënt wordt voor behandeling opgenomen in ziekenhuis B en de volgende dag overgeplaatst naar ziekenhuis A.
- Coderen ziekenhuis A: niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 16: 
Een patiënt is met spoed opgenomen in ziekenhuis A, wordt daarna doorverwezen voor acute behandeling naar ziekenhuis B en wordt de volgende dag weer naar ziekenhuis A teruggeplaatst.
- Coderen ziekenhuis A: eerste opname urgent, tweede opname niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent

LBZ-dataverzameling
Hoe leg je externe verrichtingen vast?

​​​Indien zorgactiviteiten worden uitgevoerd ten behoeve van Onderlinge Dienstverlening, dan behoren beide organisaties deze aan de LBZ aan te leveren. Een zorgactiviteit die tijdens een opnameperiode uitgevoerd wordt door/in een andere instelling, kan wel degelijk de hoofdverrichting zijn tijdens een klinische opname in de instelling, die de uitvoering van de betreffende zorgactiviteit heeft uitbesteed.​

LBZ-dataverzameling
Hoe bepaal je de hoofdverrichting als er geen sprake is van een operatie in de opname?

​​​Alle verrichtingen CBV met eerste 2 posities 30, 33, 37, 38, 39, 53, 54, 65, 80 en alle verrichtingen ZA met klasse 4, 5, 6, 7, 18, 99 zijn toegestaan als hoofdverrichting.

De hoofdverrichting is de belangrijkste verrichting die is uitgevoerd tijdens de gehele opnameperiode. De hoofdverrichting hoeft niet te passen bij de hoofddiagnose. De hoofdverrichting wordt gebruikt voor het berekenen van de Onverwacht Lange Opnameduur. Advies is dan ook om die verrichting te kiezen als hoofdverrichting, die naar verwachting de meeste invloed heeft op de opnameduur.
Als handvat voor het bepalen van de belangrijkste verrichting is onderstaande rangorde te gebruiken. : Als er twee verrichtingen van gelijke zwaarte zijn, kies er dan een (al dan niet willekeurig).
1. Operatieve verrichting 
2. Therapeutische verrichting
3. Diagnostische verrichting​​

LBZ-dataverzameling

LBZ-dataverzameling

Een urgente opname is een opname die niet kan worden uitgesteld omdat onmiddellijke observatie, onderzoek en/of behandeling binnen 24 uur noodzakelijk is. Binnen 24 uur wil zeggen: gerekend vanaf het moment dat de medisch specialist oordeelt dat een urgente opname noodzakelijk is. Als de patiënt als urgent wordt gecategoriseerd maar de daadwerkelijke opname 24 uur of later plaatsvindt, dan kan toch de definitie urgent worden gehanteerd. 

Voor de registratie van urgent en niet-urgent bij ziekenhuis geboren zuigelingen en bevallingen geldt:

  • Ziekenhuis geboren zuigelingen
    • Urgent: ziekenhuis geboren zuigelingen die, vanwege een eigen zorgvraag, worden opgenomen voor de kinderarts
    • Niet-urgent: ziekenhuis geboren zuigelingen die worden opgenomen voor de gynaecoloog (gezonde zuigelingen)
  • Klinische bevallingen
    • Urgent: 
      • opname vanwege een in gang zijnde bevalling
      • opname omdat de bevalling niet kan worden uitgesteld en deze binnen 24 uur moet worden ingeleid
      • opname omdat binnen 24 uur een sectio moet plaatsvinden
    • Niet-urgent:
      • opname vanwege bevalling waarbij de datum van de bevalling (inleiden of primaire sectio) van tevoren is afgesproken en de bevalling noodzakelijkerwijs niet binnen 24 uur hoeft aan te vangen
      • bevalling die plaatsvindt tijdens een opname vanwege een gecompliceerde zwangerschap waarbij de opname-indicatie niet-urgent was

Gastverblijf (bijvoorbeeld traject gezonde moeder/kind) is een niet-urgente opname.


Voorbeeld 1: 
De opname van de patiënt is door de medisch specialist als acuut gecategoriseerd, maar de daadwerkelijke opname vindt 24 uur of later plaats. 
- Coderen: urgent


Voorbeeld 2: 
Een patiënt komt op de afdeling EHBO waar wordt geconstateerd dat de patiënt onmiddellijk, binnen 24 uur, moet worden opgenomen.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 3: 
De patiënt wordt door de huisarts met spoed naar het poliklinisch spreekuur verwezen. Telefonisch wordt een afspraak gemaakt voor dezelfde dag. Tijdens het spreekuur blijkt opname noodzakelijk te zijn. De patiënt gaat nog wel naar huis om nachtkleding op te halen.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 4:
Idem aan voorbeeld 3, maar de patiënt komt de volgende dag voor opname binnen 24 uur.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 5:
Een patiënt komt op het spreekuur. Opname op termijn is wenselijk. Om praktische redenen (bijvoorbeeld wens van de patiënt, opengevallen operatieschema van het ziekenhuis) vindt een directe opname plaats.
- Coderen: niet-urgent


Voorbeeld 6: 
Een patiënt bevalt in het ziekenhuis van een gezonde baby. Er is van tevoren afgesproken om te bevallen in het ziekenhuis. Midden in de nacht wordt de vrouw opgenomen omdat de weeën zijn gestart.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: niet-urgent


Voorbeeld 7:
Tijdens een bevalling thuis is onmiddellijke opname van de vrouw in een ziekenhuis noodzakelijk. Het kind (gezonde zuigeling) wordt in het ziekenhuis geboren.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: niet-urgent


Voorbeeld 8:
Een pasgeborene moet onmiddellijk na de thuisbevalling door de kinderarts worden opgenomen. De moeder blijft bij het kind om de voeding te verzorgen.
- Coderen moeder: niet-urgent (gastverblijf is nooit acuut)
- Coderen kind: urgent


Voorbeeld 9:
Vanwege een complicatie tijdens een thuisbevalling wordt een patiënt opgenomen om in het ziekenhuis te bevallen. Vanwege de gecompliceerde bevalling wordt het kind opgenomen door de kinderarts.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: urgent 


Voorbeeld 10:
Vanwege een sectio in de anamnese zal de patiënt in huidige zwangerschap een primaire sectio ondergaan. Aan het einde van de zwangerschap wordt een datum afgesproken wanneer dit zal plaatsvinden en patiënt ondergaat op de geplande datum de sectio. Het kind wordt aansluitend aan de sectio opgenomen voor de kinderarts.
- Coderen moeder: niet-urgent
- Coderen kind: urgent 


Voorbeeld 11:
Een patiënt is in ziekenhuis A acuut opgenomen en wordt doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B.
- Coderen ziekenhuis A: urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 12:
Een patiënt is in ziekenhuis A vanaf de wachtlijst opgenomen en wordt vanwege een complicatie doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B. 
- Coderen ziekenhuis A: niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 13:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij wordt besloten om de patiënt voor operatie over te plaatsen naar ziekenhuis B.
- Coderen ziekenhuis A: n.v.t.
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 14:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. Patiënt wordt niet opgenomen in ziekenhuis B, maar direct aansluitend op de interventie overgeplaatst naar ziekenhuis A.
- Coderen ziekenhuis A: urgent
- Coderen ziekenhuis B: n.v.t.


Voorbeeld 15:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. Patiënt wordt voor behandeling opgenomen in ziekenhuis B en de volgende dag overgeplaatst naar ziekenhuis A.
- Coderen ziekenhuis A: niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 16: 
Een patiënt is met spoed opgenomen in ziekenhuis A, wordt daarna doorverwezen voor acute behandeling naar ziekenhuis B en wordt de volgende dag weer naar ziekenhuis A teruggeplaatst.
- Coderen ziekenhuis A: eerste opname urgent, tweede opname niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent

Laatst gewijzigd: februari 2018

​​​Indien zorgactiviteiten worden uitgevoerd ten behoeve van Onderlinge Dienstverlening, dan behoren beide organisaties deze aan de LBZ aan te leveren. Een zorgactiviteit die tijdens een opnameperiode uitgevoerd wordt door/in een andere instelling, kan wel degelijk de hoofdverrichting zijn tijdens een klinische opname in de instelling, die de uitvoering van de betreffende zorgactiviteit heeft uitbesteed.​

Laatst gewijzigd: maart 2017

​​​Alle verrichtingen CBV met eerste 2 posities 30, 33, 37, 38, 39, 53, 54, 65, 80 en alle verrichtingen ZA met klasse 4, 5, 6, 7, 18, 99 zijn toegestaan als hoofdverrichting.

De hoofdverrichting is de belangrijkste verrichting die is uitgevoerd tijdens de gehele opnameperiode. De hoofdverrichting hoeft niet te passen bij de hoofddiagnose. De hoofdverrichting wordt gebruikt voor het berekenen van de Onverwacht Lange Opnameduur. Advies is dan ook om die verrichting te kiezen als hoofdverrichting, die naar verwachting de meeste invloed heeft op de opnameduur.
Als handvat voor het bepalen van de belangrijkste verrichting is onderstaande rangorde te gebruiken. : Als er twee verrichtingen van gelijke zwaarte zijn, kies er dan een (al dan niet willekeurig).
1. Operatieve verrichting 
2. Therapeutische verrichting
3. Diagnostische verrichting​​

Laatst gewijzigd: maart 2017

Alle vragen over LBZ-dataverzameling

Waar kan ik de ICD-10 codeadviezen vinden?

​​​Codeadviezen van de expertgroep ICD-10 vindt u hier.

ICD-10
Waar kan ik de belangrijkste wijzigingen in de ICD-10 voor het LBZ-registratiejaar 2018 vinden?

​​Deze wijzigingen vindt u hier.

ICD-10
Waar kan ik de codeerinstructie morfologie in de LBZ vinden?

​​​Deze instructie vindt u hier

ICD-10

ICD-10

​​​Codeadviezen van de expertgroep ICD-10 vindt u hier.

Laatst gewijzigd: maart 2017

​​Deze wijzigingen vindt u hier.

Laatst gewijzigd: januari 2018

​​​Deze instructie vindt u hier

Laatst gewijzigd: maart 2017

Alle vragen over ICD-10

Kunnen de aangeleverde gegevens van de registraties nog worden aangepast in OmniQ?

Uw ziekenhuis kan de door de registraties (LROI, DICA en NCFS) ingevulde data niet aanpassen in OmniQ zelf. In OmniQ kunt u de ingevulde data van de registraties alleen bekijken en accorderen. U kunt aanpassingen aanleveren aan de registraties. Deze aanpassingen worden meegenomen in de verversingen (tweemaal per week voor LROI en DICA tot uiterlijk 31 maart) en komen op die manier aangepast in OmniQ te staan.

Kwaliteitsindicatoren-OmniQ
Is het mogelijk om een indicatorenset van de registratie niet over te nemen?

Ja, dat is mogelijk. Geïmporteerde data uit de externe registraties hoeven niet te worden overgenomen. Uw ziekenhuis kan de vragen handmatig invullen. Binnen OmniQ kunt u aangeven welke indicatorenset u wel en niet wilt laten importeren. Meer informatie hierover is te vinden in de handleiding. Gemachtigde gebruikers vinden deze bij het onderdeel ‘Handleidingen’ in Mijn DHD.

Het is wel de bedoeling dat alle vragen worden ingevuld, dus ook wanneer het ziekenhuis het niet eens is met de definitie. 

Het is ook mogelijk om geïmporteerde data van één indicator niet over te nemen uit de registratie. Dit doet u door eerst de import aan te zetten voor een bepaalde indicatorenset waardoor de data uit de externe registratie worden geïmporteerd. Vervolgens zet u deze import weer uit. De geïmporteerde data blijven staan, maar het is nu mogelijk om de gegevens handmatig aan te passen. De bron van de data zal in dit geval niet meer vanuit de registratie zijn.

Kwaliteitsindicatoren-OmniQ
Hoe autoriseer ik mijn collega’s voor OmniQ/een indicatorenset?

De lokaal beheerders zijn geautoriseerd door de raad van bestuur van uw ziekenhuis en hebben direct toegang tot OmniQ. De lokaal beheerders kunnen vervolgens intern medewerkers binnen het ziekenhuis rechten geven voor het invullen en accorderen van de indicatorensets. Voor bestaande medewerkers kunnen zij dit doen in OmniQ onder ‘Rechten’.

In de handleiding van OmniQ staat meer informatie over het rechtenscherm. Gemachtigde gebruikers vinden deze bij het onderdeel ‘Handleidingen’ in Mijn DHD.

Lokaal beheerders voor OmniQ kunnen nieuwe gebruikers aanmaken via het extern accountbeheer (EAB). In de handleiding EAB staat meer informatie over het aanmaken van een nieuwe gebruiker. Lokaal beheerders vinden deze eveneens bij het onderdeel ‘Handleidingen’ in Mijn DHD.

Kwaliteitsindicatoren-OmniQ

Kwaliteitsindicatoren-OmniQ

Uw ziekenhuis kan de door de registraties (LROI, DICA en NCFS) ingevulde data niet aanpassen in OmniQ zelf. In OmniQ kunt u de ingevulde data van de registraties alleen bekijken en accorderen. U kunt aanpassingen aanleveren aan de registraties. Deze aanpassingen worden meegenomen in de verversingen (tweemaal per week voor LROI en DICA tot uiterlijk 31 maart) en komen op die manier aangepast in OmniQ te staan.

Laatst gewijzigd: december 2017

Ja, dat is mogelijk. Geïmporteerde data uit de externe registraties hoeven niet te worden overgenomen. Uw ziekenhuis kan de vragen handmatig invullen. Binnen OmniQ kunt u aangeven welke indicatorenset u wel en niet wilt laten importeren. Meer informatie hierover is te vinden in de handleiding. Gemachtigde gebruikers vinden deze bij het onderdeel ‘Handleidingen’ in Mijn DHD.

Het is wel de bedoeling dat alle vragen worden ingevuld, dus ook wanneer het ziekenhuis het niet eens is met de definitie. 

Het is ook mogelijk om geïmporteerde data van één indicator niet over te nemen uit de registratie. Dit doet u door eerst de import aan te zetten voor een bepaalde indicatorenset waardoor de data uit de externe registratie worden geïmporteerd. Vervolgens zet u deze import weer uit. De geïmporteerde data blijven staan, maar het is nu mogelijk om de gegevens handmatig aan te passen. De bron van de data zal in dit geval niet meer vanuit de registratie zijn.

Laatst gewijzigd: december 2017

De lokaal beheerders zijn geautoriseerd door de raad van bestuur van uw ziekenhuis en hebben direct toegang tot OmniQ. De lokaal beheerders kunnen vervolgens intern medewerkers binnen het ziekenhuis rechten geven voor het invullen en accorderen van de indicatorensets. Voor bestaande medewerkers kunnen zij dit doen in OmniQ onder ‘Rechten’.

In de handleiding van OmniQ staat meer informatie over het rechtenscherm. Gemachtigde gebruikers vinden deze bij het onderdeel ‘Handleidingen’ in Mijn DHD.

Lokaal beheerders voor OmniQ kunnen nieuwe gebruikers aanmaken via het extern accountbeheer (EAB). In de handleiding EAB staat meer informatie over het aanmaken van een nieuwe gebruiker. Lokaal beheerders vinden deze eveneens bij het onderdeel ‘Handleidingen’ in Mijn DHD.

Laatst gewijzigd: december 2017

Alle vragen over Kwaliteitsindicatoren-OmniQ

Ik ben wetenschappelijk onderzoeker en wil graag LBZ-data ontvangen via het CBS, is dat mogelijk?

​Ja, het is mogelijk om data vanuit de LBZ te ontvangen via de remote access van het CBS. De procedure hiervoor is als volgt:

  1. Eerst dient u een aanvraag in bij het CBS.
  2. Als het CBS de aanvraag heeft goedgekeurd, dient u een gegevensaanvraag​ in bij DHD middels het aanvraagformulier op de website. 
  3. Ter compensatie voor de kosten die ziekenhuizen maken voor het verzamelen van de data vraagt DHD een gebruikersvergoeding. Daartoe vraagt u een offerte aan bij DHD. 
  4. Zodra de door u ondertekende offerte door DHD is ontvangen, informeren wij het CBS dat u gebruik kunt maken van de LBZ.
Gegevensverzoeken
Ik ben student en voor mijn onderzoek heb ik ziekenhuisdata op geaggregeerd niveau nodig. Hoe kan ik hier de beschikking over krijgen?

​We adviseren u om eerst de informatie te raadplegen die instellingen als CBS, RIVM en de Hartstichting op basis van de LBZ beschikbaar stellen. Geaggregeerde informatie uit onze databases wordt kosteloos beschikbaar gesteld voor onderzoeksdoeleinden (zoals http://statline.cbs.nl/). Voor financiële data kunt u ook kijken op de website van de NZa over open DIS-data.​

Gegevensverzoeken
Ik ben medewerker van een ziekenhuis en wil graag eigen data ontvangen. Is dat mogelijk?

​​Ja, dat is mogelijk. We controleren of u bij DHD als rechtmatige ontvanger bent geregistreerd. Zo niet, dan dient u toestemming van de raad van bestuur van uw ziekenhuis te hebben. ​

Er zijn geen kosten verbonden aan uw aanvraag van data van het eigen ziekenhuis, mits uw gegevensaanvraag binnen een redelijke tijdsinvestering kan worden afgehandeld. 

Gegevensverzoeken

Gegevensverzoeken

​Ja, het is mogelijk om data vanuit de LBZ te ontvangen via de remote access van het CBS. De procedure hiervoor is als volgt:

  1. Eerst dient u een aanvraag in bij het CBS.
  2. Als het CBS de aanvraag heeft goedgekeurd, dient u een gegevensaanvraag​ in bij DHD middels het aanvraagformulier op de website. 
  3. Ter compensatie voor de kosten die ziekenhuizen maken voor het verzamelen van de data vraagt DHD een gebruikersvergoeding. Daartoe vraagt u een offerte aan bij DHD. 
  4. Zodra de door u ondertekende offerte door DHD is ontvangen, informeren wij het CBS dat u gebruik kunt maken van de LBZ.
Laatst gewijzigd: september 2017

​We adviseren u om eerst de informatie te raadplegen die instellingen als CBS, RIVM en de Hartstichting op basis van de LBZ beschikbaar stellen. Geaggregeerde informatie uit onze databases wordt kosteloos beschikbaar gesteld voor onderzoeksdoeleinden (zoals http://statline.cbs.nl/). Voor financiële data kunt u ook kijken op de website van de NZa over open DIS-data.​

Laatst gewijzigd: september 2017

​​Ja, dat is mogelijk. We controleren of u bij DHD als rechtmatige ontvanger bent geregistreerd. Zo niet, dan dient u toestemming van de raad van bestuur van uw ziekenhuis te hebben. ​

Er zijn geen kosten verbonden aan uw aanvraag van data van het eigen ziekenhuis, mits uw gegevensaanvraag binnen een redelijke tijdsinvestering kan worden afgehandeld. 

Laatst gewijzigd: september 2017

Alle vragen over Gegevensverzoeken

Wat zijn de functionaliteiten van SKI?

​​Op de startpagina van SKI​ vindt u een rondleiding die u langs de verschillende functionaliteiten van SKI begeleidt.​

SKI
Er mist een aantal indicatoren in SKI, hoe kan dat?

​​​​In SKI worden alleen de indicatoren van de Transparantiekalender en de IGZ Basisset getoond. Van de Transparantiekalender worden alleen de uitkomst- en procesindicatoren getoond. Van de IGZ Basisset worden alleen de indicatoren getoond die zich lenen voor benchmarking.​

SKI
Er worden van een ziekenhuis geen data getoond, terwijl het ziekenhuis wel geselecteerd is. Hoe kan dit?

​​​Als voor een ziekenhuis geen data worden getoond, betekent dit dat dit ziekenhuis de indicator niet heeft aangeleverd. Hierdoor zijn geen data beschikbaar.​

SKI

SKI

​​Op de startpagina van SKI​ vindt u een rondleiding die u langs de verschillende functionaliteiten van SKI begeleidt.​

Laatst gewijzigd: november 2017

​​​​In SKI worden alleen de indicatoren van de Transparantiekalender en de IGZ Basisset getoond. Van de Transparantiekalender worden alleen de uitkomst- en procesindicatoren getoond. Van de IGZ Basisset worden alleen de indicatoren getoond die zich lenen voor benchmarking.​

Laatst gewijzigd: november 2017

​​​Als voor een ziekenhuis geen data worden getoond, betekent dit dat dit ziekenhuis de indicator niet heeft aangeleverd. Hierdoor zijn geen data beschikbaar.​

Laatst gewijzigd: maart 2017

Alle vragen over SKI

Waar kan ik het Rapport LBZ-indicatoren downloaden?

​​​Personen die gemachtigd zijn om het rapport te downloaden, vinden het via Mijn DHD​, onder 'Mijn downloads'.​ ​Zij ontvangen een e-mail wanneer het nieuwe rapport beschikbaar is.

Rapport-LBZ-indicatoren
Welke data liggen ten grondslag aan het Rapport LBZ-indicatoren?
DHD gebruikt de medische LBZ-data om te komen tot de resultaten in het Rapport LBZ-indicatoren. Een voorwaarde voor een betrouwbare berekening van de indicatoren HSMR (voorlopig), Onverwacht Lange Opnameduur (OLO) en Heropnamenratio is dat de onderliggende data juist, volledig en tijdig geregistreerd zijn in de LBZ.
Rapport-LBZ-indicatoren
Hoe kan ik voor 1 juni de gevraagde gegevens aanleveren aan de IGJ?

U kunt de gegevens van uw ziekenhuis op twee manieren aanleveren:

  1. U kunt de gevraagde gegevens met betrekking tot de HSMR (voorlopig), OLO en Heropnamenratio zelf aanleveren. De voorlopige HSMR kan via de online vragenlijst van de IGJ worden aangeleverd, de OLO en Heropnamenratio kunnen via OmniQ worden aangeleverd.
  2. U kunt DHD machtigen om de HSMR (voorlopig) aan te leveren. Dit kunt u in de online vragenlijst van de IGJ aangeven. Hieraan zijn geen kosten verbonden.
Rapport-LBZ-indicatoren

Rapport-LBZ-indicatoren

​​​Personen die gemachtigd zijn om het rapport te downloaden, vinden het via Mijn DHD​, onder 'Mijn downloads'.​ ​Zij ontvangen een e-mail wanneer het nieuwe rapport beschikbaar is.

Laatst gewijzigd: april 2018
DHD gebruikt de medische LBZ-data om te komen tot de resultaten in het Rapport LBZ-indicatoren. Een voorwaarde voor een betrouwbare berekening van de indicatoren HSMR (voorlopig), Onverwacht Lange Opnameduur (OLO) en Heropnamenratio is dat de onderliggende data juist, volledig en tijdig geregistreerd zijn in de LBZ.
Laatst gewijzigd: april 2018

U kunt de gegevens van uw ziekenhuis op twee manieren aanleveren:

  1. U kunt de gevraagde gegevens met betrekking tot de HSMR (voorlopig), OLO en Heropnamenratio zelf aanleveren. De voorlopige HSMR kan via de online vragenlijst van de IGJ worden aangeleverd, de OLO en Heropnamenratio kunnen via OmniQ worden aangeleverd.
  2. U kunt DHD machtigen om de HSMR (voorlopig) aan te leveren. Dit kunt u in de online vragenlijst van de IGJ aangeven. Hieraan zijn geen kosten verbonden.
Laatst gewijzigd: april 2018

Alle vragen over Rapport-LBZ-indicatoren

Waar vind ik het DHD-dashboard?

Geautoriseerde gebruikers kunnen het DHD-dashboard benaderen via https://dashboard.dhd.nl​.

DHD-dashboard
Hoe krijg ik toegang tot het DHD-dashboard?
Uw lokaal beheerder kan u toegang verlenen tot (een onderdeel van) het DHD-dashboard. Weet u niet wie uw lokaal beheerder is? Neem dan contact op met de Servicedesk via 030 273 97 00 of info@dhd.nl

Bent u zelf lokaal beheerder en wilt u toegang tot (een onderdeel van) het DHD-dashboard, dan kunt u hiervoor een wijzigingsformulier lokaal beheerders invullen.

Let op: voor het DHD-dashboard bestaan verschillende gebruiksrechten. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat u wel gemachtigd bent voor het DHD-dashboard zelf, maar niet aanvullend voor de Geneesmiddelenmonitor of de verkoopprijzenbenchmark die ook in het DHD-dashboard zitten. Voor toegang tot een van deze aanvullende producten dient u ook gemachtigd te zijn voor het DHD-dashboard.
DHD-dashboard
Het DHD-dashboard laadt niet goed, wat moet ik doen?

Om te kunnen achterhalen wat er aan de hand is, willen wij graag met u meekijken welke fout u ziet. Maak hiervoor een print screen van uw scherm en mail deze naar info@dhd.nl. Vermeld hierbij uw gebruikersnaam en de naam van uw organisatie. 

DHD-dashboard

DHD-dashboard

Geautoriseerde gebruikers kunnen het DHD-dashboard benaderen via https://dashboard.dhd.nl​.

Laatst gewijzigd: januari 2018
Uw lokaal beheerder kan u toegang verlenen tot (een onderdeel van) het DHD-dashboard. Weet u niet wie uw lokaal beheerder is? Neem dan contact op met de Servicedesk via 030 273 97 00 of info@dhd.nl

Bent u zelf lokaal beheerder en wilt u toegang tot (een onderdeel van) het DHD-dashboard, dan kunt u hiervoor een wijzigingsformulier lokaal beheerders invullen.

Let op: voor het DHD-dashboard bestaan verschillende gebruiksrechten. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat u wel gemachtigd bent voor het DHD-dashboard zelf, maar niet aanvullend voor de Geneesmiddelenmonitor of de verkoopprijzenbenchmark die ook in het DHD-dashboard zitten. Voor toegang tot een van deze aanvullende producten dient u ook gemachtigd te zijn voor het DHD-dashboard.
Laatst gewijzigd: januari 2018

Om te kunnen achterhalen wat er aan de hand is, willen wij graag met u meekijken welke fout u ziet. Maak hiervoor een print screen van uw scherm en mail deze naar info@dhd.nl. Vermeld hierbij uw gebruikersnaam en de naam van uw organisatie. 

Laatst gewijzigd: januari 2018

Alle vragen over DHD-dashboard

Waar vind ik de Geneesmiddelenmonitor?

De Geneesmiddelenmonitor is onderdeel van het DHD-dashboard. U vindt het DHD-dashboard via https://dashboard.dhd.nl.

Geneesmiddelenmonitor
Hoe krijg ik toegang tot de Geneesmiddelenmonitor?
De Geneesmiddelenmonitor is onderdeel van het DHD-dashboard. Om gebruik te kunnen maken van de Geneesmiddelenmonitor dient u hiervoor geautoriseerd te zijn door de lokaal beheerder(s) in uw ziekenhuis. Dit gebruiksrecht is aanvullend aan het algemene gebruiksrecht voor het DHD-dashboard.

Bent u lokaal beheerder en zelf niet geautoriseerd voor de Geneesmiddelenmonitor? Vul dan een Wijzigingsformulier lokaal beheerder in.
Geneesmiddelenmonitor

Geneesmiddelenmonitor

De Geneesmiddelenmonitor is onderdeel van het DHD-dashboard. U vindt het DHD-dashboard via https://dashboard.dhd.nl.

Laatst gewijzigd: januari 2018
De Geneesmiddelenmonitor is onderdeel van het DHD-dashboard. Om gebruik te kunnen maken van de Geneesmiddelenmonitor dient u hiervoor geautoriseerd te zijn door de lokaal beheerder(s) in uw ziekenhuis. Dit gebruiksrecht is aanvullend aan het algemene gebruiksrecht voor het DHD-dashboard.

Bent u lokaal beheerder en zelf niet geautoriseerd voor de Geneesmiddelenmonitor? Vul dan een Wijzigingsformulier lokaal beheerder in.
Laatst gewijzigd: januari 2018

Alle vragen over Geneesmiddelenmonitor

Voor welke medicijnen bestaan er No-cure-no-paymonitors?

Momenteel is er een No-cure-no-paymonitor voor het medicijn Simponi. Accountmanagers van MSD vinden de bijbehorende monitor hier en geautoriseerde gebruikers van de deelnemende ziekenhuizen vinden de monitor via het DHD-dashboard.

No-cure-no-paymonitor
Welke data worden gebruikt voor de No-cure-no-paymonitor?

Voor de No-cure-no-paymonitor wordt gebruikgemaakt van LBZ-data die ziekenhuizen aanleveren aan DHD. DHD gebruikt hiervoor alleen de data die nodig zijn voor de regeling. Deze data zijn geanonimiseerd.

No-cure-no-paymonitor
Ik ben farmaceut. Kan ik een monitor ter ondersteuning van een no-cure-no-payregeling aanvragen?
Neem hiervoor contact op met de Servicedesk van DHD: 030 273 97 00 of stuur een bericht.
No-cure-no-paymonitor

No-cure-no-paymonitor

Momenteel is er een No-cure-no-paymonitor voor het medicijn Simponi. Accountmanagers van MSD vinden de bijbehorende monitor hier en geautoriseerde gebruikers van de deelnemende ziekenhuizen vinden de monitor via het DHD-dashboard.

Laatst gewijzigd: januari 2018

Voor de No-cure-no-paymonitor wordt gebruikgemaakt van LBZ-data die ziekenhuizen aanleveren aan DHD. DHD gebruikt hiervoor alleen de data die nodig zijn voor de regeling. Deze data zijn geanonimiseerd.

Laatst gewijzigd: januari 2018
Neem hiervoor contact op met de Servicedesk van DHD: 030 273 97 00 of stuur een bericht.
Laatst gewijzigd: januari 2018

Alle vragen over No-cure-no-paymonitor

Wat is de indicator Onverwacht Lange Opnameduur (OLO) en hoe wordt deze berekend?

De indicator OLO geeft het percentage klinisch opgenomen patiënten met een onverwacht lange opnameduur weer. Hieronder wordt een opnameduur verstaan die minimaal 50% langer is dan verwacht. Bij de berekening van de verwachte opnameduur wordt rekening gehouden met de leeftijd van de patiënt, de hoofddiagnose en een eventuele hoofdverrichting die de patiënt heeft ondergaan. Juiste en volledige registratie van deze variabelen is dus essentieel voor een betrouwbare berekening van de OLO.

OLO
Tellen alleen operatieve verrichtingen mee voor de OLO?

De OLO wordt bepaald aan de hand van de leeftijd van de patiënt, de hoofddiagnose en de hoofdverrichting. Zowel operatieve als niet-operatieve verrichtingen kunnen een hoofdverrichting zijn en tellen dus ook mee in de berekening van de OLO. Echter hebben niet-operatieve verrichtingen meestal weinig invloed op de ligduur, omdat deze geen verzwaring van de opname geven.

OLO
Zijn ziekenhuizen verplicht inzage te geven in de OLO?

Ja, ziekenhuizen zijn verplicht hun OLO door te geven aan de IGJ. DHD voert de OLO-gegevens half mei automatisch in OmniQ in als u deze optie heeft geselecteerd bij de instellinggegevens van de Basisset MSZ (IGJ) in OmniQ, uw zorginstelling aanlevert aan de LBZ en als DHD de indicatoren heeft kunnen berekenen. Deze gegevens worden vervolgens doorgeleverd aan de IGJ.

OLO

OLO

De indicator OLO geeft het percentage klinisch opgenomen patiënten met een onverwacht lange opnameduur weer. Hieronder wordt een opnameduur verstaan die minimaal 50% langer is dan verwacht. Bij de berekening van de verwachte opnameduur wordt rekening gehouden met de leeftijd van de patiënt, de hoofddiagnose en een eventuele hoofdverrichting die de patiënt heeft ondergaan. Juiste en volledige registratie van deze variabelen is dus essentieel voor een betrouwbare berekening van de OLO.

Laatst gewijzigd: april 2018

De OLO wordt bepaald aan de hand van de leeftijd van de patiënt, de hoofddiagnose en de hoofdverrichting. Zowel operatieve als niet-operatieve verrichtingen kunnen een hoofdverrichting zijn en tellen dus ook mee in de berekening van de OLO. Echter hebben niet-operatieve verrichtingen meestal weinig invloed op de ligduur, omdat deze geen verzwaring van de opname geven.

Laatst gewijzigd: april 2018

Ja, ziekenhuizen zijn verplicht hun OLO door te geven aan de IGJ. DHD voert de OLO-gegevens half mei automatisch in OmniQ in als u deze optie heeft geselecteerd bij de instellinggegevens van de Basisset MSZ (IGJ) in OmniQ, uw zorginstelling aanlevert aan de LBZ en als DHD de indicatoren heeft kunnen berekenen. Deze gegevens worden vervolgens doorgeleverd aan de IGJ.

Laatst gewijzigd: april 2018

Alle vragen over OLO

Wat is de indicator Heropnamenratio en hoe wordt deze berekend?

Een heropname is gedefinieerd als een klinische opname binnen 30 dagen na de ontslagdatum van de klinische indexopname van de patiënt. De indexopname is de opname vóór de heropname. Sinds registratiejaar 2016 wordt voor de heropnamen een ratio berekend. Hierbij wordt het werkelijke (waargenomen) aantal heropnamen van een ziekenhuis afgezet tegen het verwachte aantal heropnamen dat berekend is aan de hand van de landelijke cijfers.

Het CBS heeft het heropnamenmodel berekend, waarbij is gecorrigeerd op factoren die de kans op een heropname kunnen beïnvloeden. Deze factoren zijn: leeftijd, geslacht, sociaal-economische status, de zwaarte van de hoofddiagnose, nevendiagnosen, urgentie van opname, herkomst, jaar van ontslag en maand van opname. Het resultaat van deze modelberekening is door DHD gebruikt om de Heropnamenratio per ziekenhuis te berekenen.

Heropnamenratio
Welke opnamen worden uitgesloten bij de berekening van de indicator Heropnamenratio?
  • Oncologie, Obstetrie en Psychiatrie zijn uitgesloten van de heropnameberekening; deze zijn geëxcludeerd in zowel de indexopnamen als de heropnamen. Heropnamen in deze drie diagnosegroepen worden vaak gezien als noodzakelijk onderdeel van de zorg.
  • Heropnamen vanwege socio-economische en psychosociale omstandigheden worden niet meegerekend. Wanneer dit als hoofddiagnose is geregistreerd, wordt de betreffende opname niet meegerekend als een heropname:
    • Personen met potentiële gezondheidsrisico’s verband houdend met socio-economische en psychosociale omstandigheden (Z55-Z65).
    • Personen die in contact komen met gezondheidszorg wegens overige omstandigheden (Z70-Z76).
  • Een opname waarin een patiënt overlijdt, telt niet mee als indexopname omdat er logischerwijs geen kans is op een heropname. Overleden patiënten worden dus niet meegenomen in de noemer van de indicator. Een opname waarin een patiënt overlijdt, kan wel tellen als een heropname als deze binnen dertig dagen na een eerdere opname plaatsvond. Overleden patiënten tellen dus wel mee in de teller van de indicator.
  • Patiënten waarvan in de LBZ geen postcode is geregistreerd en patiënten die niet in Nederland wonen, worden voor de berekening beschouwd als buitenlanders en worden niet meegenomen in het model.
  • Transfers worden uitgesloten. Zie ook het antwoord bij de vraag ‘Wat is er dit jaar veranderd aan de indicator Heropnamenratio in vergelijking met vorig jaar?’.
Heropnamenratio
Wat is er dit jaar veranderd aan de indicator Heropnamenratio in vergelijking met vorig jaar?

Met ingang van dit jaar worden transfers uitgesloten:

  • Indien de patiënt op de dag van ontslag in een ander ziekenhuis wordt opgenomen, wordt een eventuele vervolgopname binnen 30 dagen in het eigen ziekenhuis niet als heropname geteld.
  • Indien de patiënt op de dag van opname is ontslagen uit een ander ziekenhuis, en er is in de 30 dagen daaraan voorafgaand ook een opname geweest in het eigen ziekenhuis, wordt dit niet geteld als een heropname.

Van dergelijke opnamen wordt aangenomen dat het om geplande zorg gaat, bijvoorbeeld herstel na een operatie. Deze exclusie is op basis van input van ziekenhuizen en onderzoek vastgesteld.

Heropnamenratio

Heropnamenratio

Een heropname is gedefinieerd als een klinische opname binnen 30 dagen na de ontslagdatum van de klinische indexopname van de patiënt. De indexopname is de opname vóór de heropname. Sinds registratiejaar 2016 wordt voor de heropnamen een ratio berekend. Hierbij wordt het werkelijke (waargenomen) aantal heropnamen van een ziekenhuis afgezet tegen het verwachte aantal heropnamen dat berekend is aan de hand van de landelijke cijfers.

Het CBS heeft het heropnamenmodel berekend, waarbij is gecorrigeerd op factoren die de kans op een heropname kunnen beïnvloeden. Deze factoren zijn: leeftijd, geslacht, sociaal-economische status, de zwaarte van de hoofddiagnose, nevendiagnosen, urgentie van opname, herkomst, jaar van ontslag en maand van opname. Het resultaat van deze modelberekening is door DHD gebruikt om de Heropnamenratio per ziekenhuis te berekenen.

Laatst gewijzigd: april 2018
  • Oncologie, Obstetrie en Psychiatrie zijn uitgesloten van de heropnameberekening; deze zijn geëxcludeerd in zowel de indexopnamen als de heropnamen. Heropnamen in deze drie diagnosegroepen worden vaak gezien als noodzakelijk onderdeel van de zorg.
  • Heropnamen vanwege socio-economische en psychosociale omstandigheden worden niet meegerekend. Wanneer dit als hoofddiagnose is geregistreerd, wordt de betreffende opname niet meegerekend als een heropname:
    • Personen met potentiële gezondheidsrisico’s verband houdend met socio-economische en psychosociale omstandigheden (Z55-Z65).
    • Personen die in contact komen met gezondheidszorg wegens overige omstandigheden (Z70-Z76).
  • Een opname waarin een patiënt overlijdt, telt niet mee als indexopname omdat er logischerwijs geen kans is op een heropname. Overleden patiënten worden dus niet meegenomen in de noemer van de indicator. Een opname waarin een patiënt overlijdt, kan wel tellen als een heropname als deze binnen dertig dagen na een eerdere opname plaatsvond. Overleden patiënten tellen dus wel mee in de teller van de indicator.
  • Patiënten waarvan in de LBZ geen postcode is geregistreerd en patiënten die niet in Nederland wonen, worden voor de berekening beschouwd als buitenlanders en worden niet meegenomen in het model.
  • Transfers worden uitgesloten. Zie ook het antwoord bij de vraag ‘Wat is er dit jaar veranderd aan de indicator Heropnamenratio in vergelijking met vorig jaar?’.
Laatst gewijzigd: april 2018

Met ingang van dit jaar worden transfers uitgesloten:

  • Indien de patiënt op de dag van ontslag in een ander ziekenhuis wordt opgenomen, wordt een eventuele vervolgopname binnen 30 dagen in het eigen ziekenhuis niet als heropname geteld.
  • Indien de patiënt op de dag van opname is ontslagen uit een ander ziekenhuis, en er is in de 30 dagen daaraan voorafgaand ook een opname geweest in het eigen ziekenhuis, wordt dit niet geteld als een heropname.

Van dergelijke opnamen wordt aangenomen dat het om geplande zorg gaat, bijvoorbeeld herstel na een operatie. Deze exclusie is op basis van input van ziekenhuizen en onderzoek vastgesteld.

Laatst gewijzigd: april 2018

Alle vragen over Heropnamenratio

Wat is de HSMR en hoe wordt deze berekend?

HSMR staat voor Hospital Standardised Mortality Ratio. Met de HSMR wordt ingeschat of in een ziekenhuis meer of minder sterfte plaatsvindt dan het landelijk gemiddelde. Deze inschatting wordt gemaakt door de werkelijke sterfte af te zetten tegen de verwachte sterfte voor verschillende diagnosegroepen. Het CBS houdt bij het berekenen van de verwachte sterfte rekening met verschillende factoren die de sterfte kunnen beïnvloeden. Deze factoren zijn: leeftijd, geslacht, sociaal-economische status, de zwaarte van de hoofddiagnose, nevendiagnosen, urgentie van opname, herkomst, jaar van ontslag en maand van opname.

HSMR
Wat is de voorlopige HSMR en hoe wordt deze berekend?

In de berekening van de voorlopige HSMR 2017 uit het Rapport LBZ-indicatoren worden de werkelijke (waargenomen) sterftecijfers van een ziekenhuis voor het jaar 2017 afgezet tegen de verwachte sterftecijfers die zijn berekend aan de hand van het HSMR-model 2016. Het CBS houdt bij het berekenen van de verwachte sterfte rekening met verschillende factoren die de sterfte kunnen beïnvloeden. Deze factoren zijn: leeftijd, geslacht, sociaal-economische status, de zwaarte van de hoofddiagnose, nevendiagnosen, urgentie van opname, herkomst, jaar van ontslag en maand van opname. Het resultaat van deze modelberekening 2016 wordt door DHD gebruikt om de voorlopige HSMR 2017 te berekenen.

Hiermee geeft de voorlopige HSMR de interne ontwikkeling van de sterfte van het ziekenhuis in 2017 ten opzichte van 2016 weer. Als de voorlopige HSMR afwijkt van de definitieve HSMR van vorig jaar, dan duidt dit op veranderingen die binnen het eigen ziekenhuis hebben plaatsgevonden. Met behulp van het voorlopige landelijke gemiddelde van 2017 is er wel een vergelijking met andere ziekenhuizen te maken. Zie voor verdere informatie over het Rapport LBZ-indicatoren de veelgestelde vragen over het Rapport LBZ-indicatoren.

Zie ook de vraag ‘Wat is het verschil tussen de definitieve HSMR, die door het CBS wordt berekend, en de voorlopige HSMR?’.

HSMR
Wat is het verschil tussen de definitieve HSMR, die door het CBS wordt berekend, en de voorlopige HSMR?

Bij de voorlopige HSMR 2017 is de verwachte sterfte gebaseerd op het HSMR-model van 2016. Deze berekening wordt direct na het afsluiten van het registratiejaar 2017 uitgevoerd, voordat het CBS het definitieve HSMR-model 2017 heeft berekend. Bij de definitieve HSMR is de verwachte sterfte gebaseerd op de landelijke sterftecijfers van 2017. Tevens kan eventueel noodzakelijk modelonderhoud plaatsvinden. Daarom zal deze definitieve HSMR naar verwachting afwijken van de voorlopige HSMR, waardoor de vergelijking met andere ziekenhuizen beter te maken is op basis van de definitieve HSMR dan op basis van de voorlopige HSMR.

HSMR

HSMR

HSMR staat voor Hospital Standardised Mortality Ratio. Met de HSMR wordt ingeschat of in een ziekenhuis meer of minder sterfte plaatsvindt dan het landelijk gemiddelde. Deze inschatting wordt gemaakt door de werkelijke sterfte af te zetten tegen de verwachte sterfte voor verschillende diagnosegroepen. Het CBS houdt bij het berekenen van de verwachte sterfte rekening met verschillende factoren die de sterfte kunnen beïnvloeden. Deze factoren zijn: leeftijd, geslacht, sociaal-economische status, de zwaarte van de hoofddiagnose, nevendiagnosen, urgentie van opname, herkomst, jaar van ontslag en maand van opname.

Laatst gewijzigd: september 2018

In de berekening van de voorlopige HSMR 2017 uit het Rapport LBZ-indicatoren worden de werkelijke (waargenomen) sterftecijfers van een ziekenhuis voor het jaar 2017 afgezet tegen de verwachte sterftecijfers die zijn berekend aan de hand van het HSMR-model 2016. Het CBS houdt bij het berekenen van de verwachte sterfte rekening met verschillende factoren die de sterfte kunnen beïnvloeden. Deze factoren zijn: leeftijd, geslacht, sociaal-economische status, de zwaarte van de hoofddiagnose, nevendiagnosen, urgentie van opname, herkomst, jaar van ontslag en maand van opname. Het resultaat van deze modelberekening 2016 wordt door DHD gebruikt om de voorlopige HSMR 2017 te berekenen.

Hiermee geeft de voorlopige HSMR de interne ontwikkeling van de sterfte van het ziekenhuis in 2017 ten opzichte van 2016 weer. Als de voorlopige HSMR afwijkt van de definitieve HSMR van vorig jaar, dan duidt dit op veranderingen die binnen het eigen ziekenhuis hebben plaatsgevonden. Met behulp van het voorlopige landelijke gemiddelde van 2017 is er wel een vergelijking met andere ziekenhuizen te maken. Zie voor verdere informatie over het Rapport LBZ-indicatoren de veelgestelde vragen over het Rapport LBZ-indicatoren.

Zie ook de vraag ‘Wat is het verschil tussen de definitieve HSMR, die door het CBS wordt berekend, en de voorlopige HSMR?’.

Laatst gewijzigd: september 2018

Bij de voorlopige HSMR 2017 is de verwachte sterfte gebaseerd op het HSMR-model van 2016. Deze berekening wordt direct na het afsluiten van het registratiejaar 2017 uitgevoerd, voordat het CBS het definitieve HSMR-model 2017 heeft berekend. Bij de definitieve HSMR is de verwachte sterfte gebaseerd op de landelijke sterftecijfers van 2017. Tevens kan eventueel noodzakelijk modelonderhoud plaatsvinden. Daarom zal deze definitieve HSMR naar verwachting afwijken van de voorlopige HSMR, waardoor de vergelijking met andere ziekenhuizen beter te maken is op basis van de definitieve HSMR dan op basis van de voorlopige HSMR.

Laatst gewijzigd: september 2018

Alle vragen over HSMR