LBZ dataverzameling

​​​​​​​​​​

Welke opnamen moeten worden aangeleverd aan de LBZ en welke opnamen moeten worden voorzien van diagnosecodes?

​Op deze pagina vindt u uitleg over het aanleveren van opnamen aan de LBZ.

LBZ-dataverzameling
Wat is de definitie van een acute opname/urgentie-opname?

Een urgente opname is een opname die niet kan worden uitgesteld omdat onmiddellijke observatie, onderzoek en/of behandeling binnen 24 uur noodzakelijk is. Binnen 24 uur wil zeggen: gerekend vanaf het moment dat de medisch specialist oordeelt dat een urgente opname noodzakelijk is. Als de patiënt als urgent wordt gecategoriseerd maar de daadwerkelijke opname 24 uur of later plaatsvindt, dan kan toch de definitie urgent worden gehanteerd. 

Voor de registratie van urgent en niet-urgent bij ziekenhuis geboren zuigelingen en bevallingen geldt:

  • Ziekenhuis geboren zuigelingen
    • Urgent: ziekenhuis geboren zuigelingen die, vanwege een eigen zorgvraag, worden opgenomen voor de kinderarts
    • Niet-urgent: ziekenhuis geboren zuigelingen die worden opgenomen voor de gynaecoloog (gezonde zuigelingen)
  • Opnamen voor klinische bevallingen
    • Urgent, tenzij het een opname is vanwege een bevalling waarbij de datum van de bevalling (inleiden of primaire sectio) van tevoren is afgesproken en de bevalling noodzakelijkerwijs niet binnen 24 uur hoeft aan te vangen.

Gastverblijf (bijvoorbeeld traject gezonde moeder/kind) is een niet-urgente opname.


Voorbeeld 1: 
De opname van de patiënt is door de medisch specialist als acuut gecategoriseerd, maar de daadwerkelijke opname vindt 24 uur of later plaats. 
- Coderen: urgent


Voorbeeld 2: 
Een patiënt komt op de afdeling EHBO waar wordt geconstateerd dat de patiënt onmiddellijk, binnen 24 uur, moet worden opgenomen.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 3: 
De patiënt wordt door de huisarts met spoed naar het poliklinisch spreekuur verwezen. Telefonisch wordt een afspraak gemaakt voor dezelfde dag. Tijdens het spreekuur blijkt opname noodzakelijk te zijn. De patiënt gaat nog wel naar huis om nachtkleding op te halen.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 4:
Idem aan voorbeeld 3, maar de patiënt komt de volgende dag voor opname binnen 24 uur.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 5:
Een patiënt komt op het spreekuur. Opname op termijn is wenselijk. Om praktische redenen (bijvoorbeeld wens van de patiënt, opengevallen operatieschema van het ziekenhuis) vindt een directe opname plaats.
- Coderen: niet-urgent


Voorbeeld 6: 
Een patiënt bevalt in het ziekenhuis van een gezonde baby. Er is van tevoren afgesproken om te bevallen in het ziekenhuis. Midden in de nacht wordt de vrouw opgenomen omdat de weeën zijn gestart.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: niet-urgent


Voorbeeld 7:
Tijdens een bevalling thuis is onmiddellijke opname van de vrouw in een ziekenhuis noodzakelijk. Het kind (gezonde zuigeling) wordt in het ziekenhuis geboren.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: niet-urgent


Voorbeeld 8:
Een pasgeborene moet onmiddellijk na de thuisbevalling door de kinderarts worden opgenomen. De moeder blijft bij het kind om de voeding te verzorgen.
- Coderen moeder: niet-urgent (gastverblijf is nooit acuut)
- Coderen kind: urgent


Voorbeeld 9:
Vanwege een complicatie tijdens een thuisbevalling wordt een patiënt opgenomen om in het ziekenhuis te bevallen. Vanwege de gecompliceerde bevalling wordt het kind opgenomen door de kinderarts.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: urgent 


Voorbeeld 10:
Vanwege een sectio in de anamnese zal de patiënt in huidige zwangerschap een primaire sectio ondergaan. Aan het einde van de zwangerschap wordt een datum afgesproken wanneer dit zal plaatsvinden en patiënt ondergaat op de geplande datum de sectio. Het kind wordt aansluitend aan de sectio opgenomen voor de kinderarts.
- Coderen moeder: niet-urgent
- Coderen kind: urgent 


Voorbeeld 11:
Een patiënt is in ziekenhuis A acuut opgenomen en wordt doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B.
- Coderen ziekenhuis A: urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 12:
Een patiënt is in ziekenhuis A vanaf de wachtlijst opgenomen en wordt vanwege een complicatie doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B. 
- Coderen ziekenhuis A: niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 13:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij wordt besloten om de patiënt voor operatie over te plaatsen naar ziekenhuis B.
- Coderen ziekenhuis A: n.v.t.
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 14:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. Patiënt wordt niet opgenomen in ziekenhuis B, maar direct aansluitend op de interventie overgeplaatst naar ziekenhuis A.
- Coderen ziekenhuis A: urgent
- Coderen ziekenhuis B: n.v.t.


Voorbeeld 15:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. Patiënt wordt voor behandeling opgenomen in ziekenhuis B en de volgende dag overgeplaatst naar ziekenhuis A.
- Coderen ziekenhuis A: niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 16: 
Een patiënt is met spoed opgenomen in ziekenhuis A, wordt daarna doorverwezen voor acute behandeling naar ziekenhuis B en wordt de volgende dag weer naar ziekenhuis A teruggeplaatst.
- Coderen ziekenhuis A: eerste opname urgent, tweede opname niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent

LBZ-dataverzameling
Hoe leg je externe verrichtingen vast?

Voor verrichtingen en opnamen die worden uitgevoerd in het kader van onderlinge / wederzijdse dienstverlening (conform beleidsregel NZa) geldt dat alle in het ziekenhuis uitgevoerde verrichtingen aan de LBZ aangeleverd dienen te worden, ongeacht de wijze waarop het ziekenhuis deze verrichtingen vergoed krijgt. Op dit gebied verschilt de aanlevering aan de LBZ dus van de aanlevering aan het DIS.

LBZ-dataverzameling
Hoe bepaal je de hoofdverrichting als er geen sprake is van een operatie in de opname?

​​​Alle verrichtingen CBV met eerste 2 posities 30, 33, 37, 38, 39, 53, 54, 65, 80 en alle verrichtingen ZA met klasse 4, 5, 6, 7, 18, 99 zijn toegestaan als hoofdverrichting.

De hoofdverrichting is de belangrijkste verrichting die is uitgevoerd tijdens de gehele opnameperiode. De hoofdverrichting hoeft niet te passen bij de hoofddiagnose. De hoofdverrichting wordt gebruikt voor internationale rapportages en het berekenen van de Onverwacht Lange Opnameduur. Advies is dan ook om die verrichting te kiezen als hoofdverrichting, die naar verwachting de meeste invloed heeft op de opnameduur.
Als handvat voor het bepalen van de belangrijkste verrichting is onderstaande rangorde te gebruiken. : Als er twee verrichtingen van gelijke zwaarte zijn, kies er dan een (al dan niet willekeurig).
1. Operatieve verrichting 
2. Therapeutische verrichting
3. Diagnostische verrichting​​

LBZ-dataverzameling
Is het verplicht de hoofdverrichting aan te leveren?

Met ingang van registratiejaar 2018 is het niet meer verplicht de hoofdverrichting handmatig aan te leveren, maar wordt deze door DHD afgeleid uit de geregistreerde verrichtingen (alleen operatieve verrichtingen). Voorwaarde hiervoor is dat de verrichtingen volledig worden aangeleverd.  

Voor de afleiding van de hoofdverrichting wordt als eerste bepaald welke verrichtingen hebben plaatsgevonden gedurende de opnameperiode. Hiervan wordt de verrichting gekozen die als zwaarst wordt gekenmerkt. De zwaarte wordt gebaseerd op de gemiddelde verpleegduur van voorgaand jaar. Deze verpleegduur wordt berekend met behulp van de combinatie verrichting, hoofddiagnose en leeftijd. Indien meerdere verrichtingen als even zwaar worden gekenmerkt, wordt de verrichting gekozen die het eerst heeft plaatsgevonden (gebaseerd op startdatum en verrichting-ID). 

LBZ-dataverzameling
Wat is het verschil tussen primaire en hoofddiagnosen?

​​​​ De primaire diagnose is de diagnose die door het specialisme dat de zorg verleent, beschouwd wordt als voornaamste reden van zorgverlening. Per behandelend specialisme is er sprake van één primaire diagnose; de overige diagnoses zijn nevendiagnoses. De hoofddiagnose is één van de primaire diagnoses van een opname; het is de diagnose die achteraf (dus bij ontslag) wordt beschouwd als de belangrijkste reden voor opname in het ziekenhuis​

LBZ-dataverzameling
Moeten de diagnosen bij ambulant contact verplicht worden aangeleverd?

De diagnose bij ambulant contact moet per contactmoment worden vastgelegd, bijvoorbeeld met behulp van de Diagnosethesaurus. De code kan echter ook worden afgeleid van de typerende ICD-10 diagnose uit het subtraject. De set bevat minimaal de verplichte gegevens van ten minste één diagnose (verplicht per 1 januari 2016 indien af te leiden uit het subtraject of het contactmoment). 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze Servicedesk.

LBZ-dataverzameling

LBZ-dataverzameling

​Op deze pagina vindt u uitleg over het aanleveren van opnamen aan de LBZ.

Laatst gewijzigd: februari 2020

Een urgente opname is een opname die niet kan worden uitgesteld omdat onmiddellijke observatie, onderzoek en/of behandeling binnen 24 uur noodzakelijk is. Binnen 24 uur wil zeggen: gerekend vanaf het moment dat de medisch specialist oordeelt dat een urgente opname noodzakelijk is. Als de patiënt als urgent wordt gecategoriseerd maar de daadwerkelijke opname 24 uur of later plaatsvindt, dan kan toch de definitie urgent worden gehanteerd. 

Voor de registratie van urgent en niet-urgent bij ziekenhuis geboren zuigelingen en bevallingen geldt:

  • Ziekenhuis geboren zuigelingen
    • Urgent: ziekenhuis geboren zuigelingen die, vanwege een eigen zorgvraag, worden opgenomen voor de kinderarts
    • Niet-urgent: ziekenhuis geboren zuigelingen die worden opgenomen voor de gynaecoloog (gezonde zuigelingen)
  • Opnamen voor klinische bevallingen
    • Urgent, tenzij het een opname is vanwege een bevalling waarbij de datum van de bevalling (inleiden of primaire sectio) van tevoren is afgesproken en de bevalling noodzakelijkerwijs niet binnen 24 uur hoeft aan te vangen.

Gastverblijf (bijvoorbeeld traject gezonde moeder/kind) is een niet-urgente opname.


Voorbeeld 1: 
De opname van de patiënt is door de medisch specialist als acuut gecategoriseerd, maar de daadwerkelijke opname vindt 24 uur of later plaats. 
- Coderen: urgent


Voorbeeld 2: 
Een patiënt komt op de afdeling EHBO waar wordt geconstateerd dat de patiënt onmiddellijk, binnen 24 uur, moet worden opgenomen.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 3: 
De patiënt wordt door de huisarts met spoed naar het poliklinisch spreekuur verwezen. Telefonisch wordt een afspraak gemaakt voor dezelfde dag. Tijdens het spreekuur blijkt opname noodzakelijk te zijn. De patiënt gaat nog wel naar huis om nachtkleding op te halen.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 4:
Idem aan voorbeeld 3, maar de patiënt komt de volgende dag voor opname binnen 24 uur.
- Coderen: urgent


Voorbeeld 5:
Een patiënt komt op het spreekuur. Opname op termijn is wenselijk. Om praktische redenen (bijvoorbeeld wens van de patiënt, opengevallen operatieschema van het ziekenhuis) vindt een directe opname plaats.
- Coderen: niet-urgent


Voorbeeld 6: 
Een patiënt bevalt in het ziekenhuis van een gezonde baby. Er is van tevoren afgesproken om te bevallen in het ziekenhuis. Midden in de nacht wordt de vrouw opgenomen omdat de weeën zijn gestart.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: niet-urgent


Voorbeeld 7:
Tijdens een bevalling thuis is onmiddellijke opname van de vrouw in een ziekenhuis noodzakelijk. Het kind (gezonde zuigeling) wordt in het ziekenhuis geboren.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: niet-urgent


Voorbeeld 8:
Een pasgeborene moet onmiddellijk na de thuisbevalling door de kinderarts worden opgenomen. De moeder blijft bij het kind om de voeding te verzorgen.
- Coderen moeder: niet-urgent (gastverblijf is nooit acuut)
- Coderen kind: urgent


Voorbeeld 9:
Vanwege een complicatie tijdens een thuisbevalling wordt een patiënt opgenomen om in het ziekenhuis te bevallen. Vanwege de gecompliceerde bevalling wordt het kind opgenomen door de kinderarts.
- Coderen moeder: urgent
- Coderen kind: urgent 


Voorbeeld 10:
Vanwege een sectio in de anamnese zal de patiënt in huidige zwangerschap een primaire sectio ondergaan. Aan het einde van de zwangerschap wordt een datum afgesproken wanneer dit zal plaatsvinden en patiënt ondergaat op de geplande datum de sectio. Het kind wordt aansluitend aan de sectio opgenomen voor de kinderarts.
- Coderen moeder: niet-urgent
- Coderen kind: urgent 


Voorbeeld 11:
Een patiënt is in ziekenhuis A acuut opgenomen en wordt doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B.
- Coderen ziekenhuis A: urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 12:
Een patiënt is in ziekenhuis A vanaf de wachtlijst opgenomen en wordt vanwege een complicatie doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B. 
- Coderen ziekenhuis A: niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 13:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij wordt besloten om de patiënt voor operatie over te plaatsen naar ziekenhuis B.
- Coderen ziekenhuis A: n.v.t.
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 14:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. Patiënt wordt niet opgenomen in ziekenhuis B, maar direct aansluitend op de interventie overgeplaatst naar ziekenhuis A.
- Coderen ziekenhuis A: urgent
- Coderen ziekenhuis B: n.v.t.


Voorbeeld 15:
Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. Patiënt wordt voor behandeling opgenomen in ziekenhuis B en de volgende dag overgeplaatst naar ziekenhuis A.
- Coderen ziekenhuis A: niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent


Voorbeeld 16: 
Een patiënt is met spoed opgenomen in ziekenhuis A, wordt daarna doorverwezen voor acute behandeling naar ziekenhuis B en wordt de volgende dag weer naar ziekenhuis A teruggeplaatst.
- Coderen ziekenhuis A: eerste opname urgent, tweede opname niet-urgent
- Coderen ziekenhuis B: urgent

Laatst gewijzigd: oktober 2020

Voor verrichtingen en opnamen die worden uitgevoerd in het kader van onderlinge / wederzijdse dienstverlening (conform beleidsregel NZa) geldt dat alle in het ziekenhuis uitgevoerde verrichtingen aan de LBZ aangeleverd dienen te worden, ongeacht de wijze waarop het ziekenhuis deze verrichtingen vergoed krijgt. Op dit gebied verschilt de aanlevering aan de LBZ dus van de aanlevering aan het DIS.

Laatst gewijzigd: oktober 2020

​​​Alle verrichtingen CBV met eerste 2 posities 30, 33, 37, 38, 39, 53, 54, 65, 80 en alle verrichtingen ZA met klasse 4, 5, 6, 7, 18, 99 zijn toegestaan als hoofdverrichting.

De hoofdverrichting is de belangrijkste verrichting die is uitgevoerd tijdens de gehele opnameperiode. De hoofdverrichting hoeft niet te passen bij de hoofddiagnose. De hoofdverrichting wordt gebruikt voor internationale rapportages en het berekenen van de Onverwacht Lange Opnameduur. Advies is dan ook om die verrichting te kiezen als hoofdverrichting, die naar verwachting de meeste invloed heeft op de opnameduur.
Als handvat voor het bepalen van de belangrijkste verrichting is onderstaande rangorde te gebruiken. : Als er twee verrichtingen van gelijke zwaarte zijn, kies er dan een (al dan niet willekeurig).
1. Operatieve verrichting 
2. Therapeutische verrichting
3. Diagnostische verrichting​​

Laatst gewijzigd: oktober 2020

Met ingang van registratiejaar 2018 is het niet meer verplicht de hoofdverrichting handmatig aan te leveren, maar wordt deze door DHD afgeleid uit de geregistreerde verrichtingen (alleen operatieve verrichtingen). Voorwaarde hiervoor is dat de verrichtingen volledig worden aangeleverd.  

Voor de afleiding van de hoofdverrichting wordt als eerste bepaald welke verrichtingen hebben plaatsgevonden gedurende de opnameperiode. Hiervan wordt de verrichting gekozen die als zwaarst wordt gekenmerkt. De zwaarte wordt gebaseerd op de gemiddelde verpleegduur van voorgaand jaar. Deze verpleegduur wordt berekend met behulp van de combinatie verrichting, hoofddiagnose en leeftijd. Indien meerdere verrichtingen als even zwaar worden gekenmerkt, wordt de verrichting gekozen die het eerst heeft plaatsgevonden (gebaseerd op startdatum en verrichting-ID). 

Laatst gewijzigd: oktober 2020

​​​​ De primaire diagnose is de diagnose die door het specialisme dat de zorg verleent, beschouwd wordt als voornaamste reden van zorgverlening. Per behandelend specialisme is er sprake van één primaire diagnose; de overige diagnoses zijn nevendiagnoses. De hoofddiagnose is één van de primaire diagnoses van een opname; het is de diagnose die achteraf (dus bij ontslag) wordt beschouwd als de belangrijkste reden voor opname in het ziekenhuis​

Laatst gewijzigd: maart 2017

De diagnose bij ambulant contact moet per contactmoment worden vastgelegd, bijvoorbeeld met behulp van de Diagnosethesaurus. De code kan echter ook worden afgeleid van de typerende ICD-10 diagnose uit het subtraject. De set bevat minimaal de verplichte gegevens van ten minste één diagnose (verplicht per 1 januari 2016 indien af te leiden uit het subtraject of het contactmoment). 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze Servicedesk.

Laatst gewijzigd: augustus 2021