Veelgestelde vragen

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​Heeft u vragen? Op deze pagina ​vindt u per onderwerp antwoorden op vragen die regelmatig aan ons gesteld worden​.​​

​​

Ik wil graag toegang krijgen tot een product/dienst van DHD (bijvoorbeeld de Diagnosethesaurus).

​De lokaal beheerder van uw ziekenhuis kan u toegangsrechten verlenen. Weet u niet wie de lokaal beheerder is of welke lokaal beheerder geautoriseerd is voor het desbetreffende product, neem dan contact op met onze Servicedesk.

Bent u zelf lokaal beheerder maar heeft u deze rechten niet? Dan kunt u het 'wijzigingsformulier machtiging lokaal beheerder' invullen, deze laten ondertekenen door de raad van bestuur van uw ziekenhuis en sturen naar info@dhd.nl​. U vindt het formulier onder 'Handleidingen' in Mijn DHD​.

Autorisatie
Het lukt niet om de bestanden uit te pakken, of mijn wachtwoord om bestanden uit te pakken werkt niet.

Sla het ZIP-bestand eerst op de harde schijf van uw computer op (niet direct openen vanuit uw webbrowser). Daarna dient u het uit te pakken met een van de volgende programma’s: WinZIP, 7-Zip of WinRAR. Gebruikt u een Mac (Apple), dan kunt u gebruikmaken van Keka.

Kies de optie 7-Zip, WinZip of WinRAR en klik vervolgens op ‘Uitpakken naar <bestandsnaam>’ of ‘Extract to <bestandsnaam>’.

Daarna vult u het wachtwoord in dat u per sms heeft ontvangen. Klik op 'Wachtwoord tonen' zodat u kunt controleren of u het wachtwoord juist heeft ingetypt. Wij raden u aan het wachtwoord te kopiëren uit de e-mail of letterlijk over te typen vanuit de sms. Let op dat u geen extra spaties aan het einde meekopieert.

Mocht het nog steeds niet lukken, neem dan contact op met onze Servicedesk​.

Autorisatie
Ik heb geen wachtwoord via sms ontvangen.

​​​​​​​​Als u contact met onze Servicedesk opneemt via 030 273 97 00 of ons een bericht stuurt, kunnen wij controleren of uw mobiele nummer juist staat geregistreerd.​

Autorisatie

Autorisatie

​De lokaal beheerder van uw ziekenhuis kan u toegangsrechten verlenen. Weet u niet wie de lokaal beheerder is of welke lokaal beheerder geautoriseerd is voor het desbetreffende product, neem dan contact op met onze Servicedesk.

Bent u zelf lokaal beheerder maar heeft u deze rechten niet? Dan kunt u het 'wijzigingsformulier machtiging lokaal beheerder' invullen, deze laten ondertekenen door de raad van bestuur van uw ziekenhuis en sturen naar info@dhd.nl​. U vindt het formulier onder 'Handleidingen' in Mijn DHD​.

Laatst gewijzigd: september 2017

Sla het ZIP-bestand eerst op de harde schijf van uw computer op (niet direct openen vanuit uw webbrowser). Daarna dient u het uit te pakken met een van de volgende programma’s: WinZIP, 7-Zip of WinRAR. Gebruikt u een Mac (Apple), dan kunt u gebruikmaken van Keka.

Kies de optie 7-Zip, WinZip of WinRAR en klik vervolgens op ‘Uitpakken naar <bestandsnaam>’ of ‘Extract to <bestandsnaam>’.

Daarna vult u het wachtwoord in dat u per sms heeft ontvangen. Klik op 'Wachtwoord tonen' zodat u kunt controleren of u het wachtwoord juist heeft ingetypt. Wij raden u aan het wachtwoord te kopiëren uit de e-mail of letterlijk over te typen vanuit de sms. Let op dat u geen extra spaties aan het einde meekopieert.

Mocht het nog steeds niet lukken, neem dan contact op met onze Servicedesk​.

Laatst gewijzigd: september 2017

​​​​​​​​Als u contact met onze Servicedesk opneemt via 030 273 97 00 of ons een bericht stuurt, kunnen wij controleren of uw mobiele nummer juist staat geregistreerd.​

Laatst gewijzigd: september 2017

Alle vragen over Autorisatie

Hoe kan een specialisme het gebruik van de Diagnosethesaurus en de uitkomsten daarvan binnen het eigen ziekenhuis monitoren?

Wij adviseren medisch specialisten om elke door de Diagnosethesaurus voorgestelde DBC-diagnose kritisch te bezien en indien nodig deze te overschrijven met de juiste DBC-diagnose. Mocht dit gebeuren, koppel dit dan terug aan de zorgadministratie in uw ziekenhuis en aan uw wetenschappelijke vereniging, zodat hierop een wijziging van de Diagnosethesaurus kan worden aangevraagd.

Na het implementeren van de Diagnosethesaurus is het aan te raden dat het betreffende specialisme, samen met de zorgadministratie, de eerste maanden monitort of een verschuiving van DBC-diagnosen plaatsvindt ten opzichte van de maanden voor de implementatie. Opvallende verschuivingen kunnen een aanleiding zijn om de afleiding naar de DBC-diagnose nader te bezien.

Daarnaast is het zinvol dat het specialisme afspreekt met de zorgadministratie dat medisch codeurs steekproefsgewijs controles en eventuele correcties uitvoeren op de afgeleide ICD-10 codes. Verbeteringen kunnen leiden tot een wijzigingsvoorstel.​

Tot slot kan het specialisme overwegen om met de vakgroep de referentietermen te doorlopen die de Diagnosethesaurus aanbiedt, om te bepalen welke termen in de praktijk het meest worden gebruikt. Deze kunnen bij de implementatie van de Diagnosethesaurus in het EPD worden toegevoegd aan een favorietenlijst. Hiermee wordt het kiezen van een referentieterm – en daarmee het afleiden van DBC-diagnose en ICD-10 code – versneld.

Diagnosethesaurus
@DBC’s: Wat zijn het en wat kunnen we ermee?

In de DBC-structuur zijn niet alle DBC’s diagnose-gerelateerd. Sommige DBC’s zijn gericht op verrichtingen, analyse of uitsluitsel. Om toch alle DBC’s bereikbaar te maken via de Diagnosethesaurus is dit soort DBC’s letterlijk gekopieerd als referentieterm met de toevoeging @DBC. Deze toevoeging maakt duidelijk dat het niet om een diagnoseterm gaat, maar om een diagnosetypering. DHD probeert deze @DBC-termen in de Diagnosethesaurus te minimaliseren.​

Bijvoorbeeld: Voor het specialisme allergologie met DBC B3 ‘B1 met eczeem/urticaria’. Deze DBC is bereikbaar in de Diagnosethesaurus via de voorkeursterm: ‘B1 met eczeem/urticaria @DBC’. De voorkeursterm leidt af naar DBC B3, en heeft geen ICD-10 afleiding. 


@DBC: registratie van ICD-10, in het EPD en declaratie

Door een @DBC-term te kiezen, registreert de arts de bijbehorende DBC. De @DBC-termen worden in 2017 zoveel mogelijk voorzien van een ICD-10 afleiding. Dit zal vaak een globale code zijn, die daarom zeer weinig informatie over de patiënt geeft. Voor een juiste LBZ-aanlevering is deze ICD-10 afleiding niet geschikt. Als een @DBC-term is voorzien van een ICD-10 afleiding kan het ziekenhuis deze gebruiken om te voldoen aan haar wettelijke plicht een ICD-10 code te registreren bij de hoofddiagnose DBC. DHD is niet verantwoordelijk voor de volledigheid en juistheid van deze ICD-10 afleiding voor de DIS-aanlevering. Er is immers niet voldoende informatie beschikbaar bij een @DBC-term om een op de patiënt afgestemde ICD-10 afleiding vast te stellen.​

Daarnaast hebben sommige ziekenhuizen ervoor gekozen om de @DBC-termen niet in te lezen in hun EPD en sommige EPD’s ondersteunen geen @DBC-termen. Wanneer de @DBC-termen niet zijn ingelezen in het EPD kunt u waarschijnlijk bepaalde DBC-afleidingen niet bereiken via de diagnosetermen. Het niet inlezen van de @DBC’s heeft dus ook impact op de declaratie.


Structurele aanpak: reductie @DBC-termen 

DHD werkt, in samenwerking met de wetenschappelijke verenigingen, aan het vervangen van zoveel mogelijk @DBC-termen door medische diagnosetermen (voorzien van een DBC en inhoudelijk juiste ICD-10 afleiding). 

Door de reductie van het aantal @DBC-termen zult u minder vaak de ICD-10 code aan moeten (laten) vullen. Is er een @DBC-term die u vaak moet registreren voor een bepaalde diagnose, dan kunt u een wijzigingsverzoek indienen via info@dhd.nl​. Via het wijzigingsverzoek kan de DBC worden toegevoegd aan de betreffende diagnose, zodat bij vastlegging via deze diagnose ook de ICD-10 code automatisch wordt afgeleid. Daardoor is aanvullende registratie niet meer nodig.

Het antwoord op deze vraag rondom @DBC's in de Diagnosethesaurus vindt u ook in dit document​.
Diagnosethesaurus
Wat is de verantwoordelijkheid van de medisch specialist in het totale registratieproces?
​In het verleden bleek af en toe onduidelijkheid te bestaan over het doel van de Diagnosethesaurus. Sommige toekomstige gebruikers leefden in de veronderstelling dat de Diagnosethesaurus er vooral is voor registratie van de ICD-10 of de financiële registratie. En dat medisch specialisten daarmee verantwoordelijk zouden zijn voor eventuele fouten bij die registratie. Dat is nadrukkelijk niet het geval.

Het doel van de Diagnosethesaurus is de arts te ondersteunen bij het eenmalig vastleggen voor meervoudig gebruik. De Diagnosethesaurus maakt het eenduidig registreren van de klinisch relevante diagnose in het elektronisch patiëntendossier (EPD) mogelijk. De kwaliteit van de output hangt af van alle schakels in de keten: EPD – Diagnosethesaurus – arts – zorgadministrateur – medisch codeur – beheerder EPD – ICT. Elke schakel in deze keten, dus niet alleen de arts, heeft in die keten zijn eigen verantwoordelijkheid. De uiteindelijke output is dus niet de verantwoordelijkheid van de arts.​
Diagnosethesaurus

Diagnosethesaurus

Wij adviseren medisch specialisten om elke door de Diagnosethesaurus voorgestelde DBC-diagnose kritisch te bezien en indien nodig deze te overschrijven met de juiste DBC-diagnose. Mocht dit gebeuren, koppel dit dan terug aan de zorgadministratie in uw ziekenhuis en aan uw wetenschappelijke vereniging, zodat hierop een wijziging van de Diagnosethesaurus kan worden aangevraagd.

Na het implementeren van de Diagnosethesaurus is het aan te raden dat het betreffende specialisme, samen met de zorgadministratie, de eerste maanden monitort of een verschuiving van DBC-diagnosen plaatsvindt ten opzichte van de maanden voor de implementatie. Opvallende verschuivingen kunnen een aanleiding zijn om de afleiding naar de DBC-diagnose nader te bezien.

Daarnaast is het zinvol dat het specialisme afspreekt met de zorgadministratie dat medisch codeurs steekproefsgewijs controles en eventuele correcties uitvoeren op de afgeleide ICD-10 codes. Verbeteringen kunnen leiden tot een wijzigingsvoorstel.​

Tot slot kan het specialisme overwegen om met de vakgroep de referentietermen te doorlopen die de Diagnosethesaurus aanbiedt, om te bepalen welke termen in de praktijk het meest worden gebruikt. Deze kunnen bij de implementatie van de Diagnosethesaurus in het EPD worden toegevoegd aan een favorietenlijst. Hiermee wordt het kiezen van een referentieterm – en daarmee het afleiden van DBC-diagnose en ICD-10 code – versneld.

Laatst gewijzigd: september 2017

In de DBC-structuur zijn niet alle DBC’s diagnose-gerelateerd. Sommige DBC’s zijn gericht op verrichtingen, analyse of uitsluitsel. Om toch alle DBC’s bereikbaar te maken via de Diagnosethesaurus is dit soort DBC’s letterlijk gekopieerd als referentieterm met de toevoeging @DBC. Deze toevoeging maakt duidelijk dat het niet om een diagnoseterm gaat, maar om een diagnosetypering. DHD probeert deze @DBC-termen in de Diagnosethesaurus te minimaliseren.​

Bijvoorbeeld: Voor het specialisme allergologie met DBC B3 ‘B1 met eczeem/urticaria’. Deze DBC is bereikbaar in de Diagnosethesaurus via de voorkeursterm: ‘B1 met eczeem/urticaria @DBC’. De voorkeursterm leidt af naar DBC B3, en heeft geen ICD-10 afleiding. 


@DBC: registratie van ICD-10, in het EPD en declaratie

Door een @DBC-term te kiezen, registreert de arts de bijbehorende DBC. De @DBC-termen worden in 2017 zoveel mogelijk voorzien van een ICD-10 afleiding. Dit zal vaak een globale code zijn, die daarom zeer weinig informatie over de patiënt geeft. Voor een juiste LBZ-aanlevering is deze ICD-10 afleiding niet geschikt. Als een @DBC-term is voorzien van een ICD-10 afleiding kan het ziekenhuis deze gebruiken om te voldoen aan haar wettelijke plicht een ICD-10 code te registreren bij de hoofddiagnose DBC. DHD is niet verantwoordelijk voor de volledigheid en juistheid van deze ICD-10 afleiding voor de DIS-aanlevering. Er is immers niet voldoende informatie beschikbaar bij een @DBC-term om een op de patiënt afgestemde ICD-10 afleiding vast te stellen.​

Daarnaast hebben sommige ziekenhuizen ervoor gekozen om de @DBC-termen niet in te lezen in hun EPD en sommige EPD’s ondersteunen geen @DBC-termen. Wanneer de @DBC-termen niet zijn ingelezen in het EPD kunt u waarschijnlijk bepaalde DBC-afleidingen niet bereiken via de diagnosetermen. Het niet inlezen van de @DBC’s heeft dus ook impact op de declaratie.


Structurele aanpak: reductie @DBC-termen 

DHD werkt, in samenwerking met de wetenschappelijke verenigingen, aan het vervangen van zoveel mogelijk @DBC-termen door medische diagnosetermen (voorzien van een DBC en inhoudelijk juiste ICD-10 afleiding). 

Door de reductie van het aantal @DBC-termen zult u minder vaak de ICD-10 code aan moeten (laten) vullen. Is er een @DBC-term die u vaak moet registreren voor een bepaalde diagnose, dan kunt u een wijzigingsverzoek indienen via info@dhd.nl​. Via het wijzigingsverzoek kan de DBC worden toegevoegd aan de betreffende diagnose, zodat bij vastlegging via deze diagnose ook de ICD-10 code automatisch wordt afgeleid. Daardoor is aanvullende registratie niet meer nodig.

Het antwoord op deze vraag rondom @DBC's in de Diagnosethesaurus vindt u ook in dit document​.
Laatst gewijzigd: september 2017
​In het verleden bleek af en toe onduidelijkheid te bestaan over het doel van de Diagnosethesaurus. Sommige toekomstige gebruikers leefden in de veronderstelling dat de Diagnosethesaurus er vooral is voor registratie van de ICD-10 of de financiële registratie. En dat medisch specialisten daarmee verantwoordelijk zouden zijn voor eventuele fouten bij die registratie. Dat is nadrukkelijk niet het geval.

Het doel van de Diagnosethesaurus is de arts te ondersteunen bij het eenmalig vastleggen voor meervoudig gebruik. De Diagnosethesaurus maakt het eenduidig registreren van de klinisch relevante diagnose in het elektronisch patiëntendossier (EPD) mogelijk. De kwaliteit van de output hangt af van alle schakels in de keten: EPD – Diagnosethesaurus – arts – zorgadministrateur – medisch codeur – beheerder EPD – ICT. Elke schakel in deze keten, dus niet alleen de arts, heeft in die keten zijn eigen verantwoordelijkheid. De uiteindelijke output is dus niet de verantwoordelijkheid van de arts.​
Laatst gewijzigd: september 2017

Alle vragen over Diagnosethesaurus

Waarvoor kan de Verrichtingenthesaurus worden gebruikt?

Met de Verrichtingenthesaurus worden medische handelingen gestandaardiseerd vastgelegd in het EPD, in de taal die medisch specialisten in de praktijk gebruiken. De termen in de thesaurus zijn gekoppeld aan de internationale standaarden SNOMED CT en/of LOINC.

Deze landelijk gestandaardiseerde vastlegging van verrichtingen zorgt voor tal van voordelen, zoals een efficiëntere administratie en verlaging van de registratielast. De vastgelegde gegevens kunnen voor meerdere doeleinden worden gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • uitwisseling tussen zorgverleners en met patiënten

  • stuurinformatie en benchmarking

  • aanlevering aan landelijke dataverzamelingen

  • wetenschappelijk onderzoek en externe rapportages


Zo kunnen, na oplevering van de Verrichtingenthesaurus, praktische toepassingen aan de thesaurus worden gekoppeld. Bij de Diagnosethesaurus gebeurt dit al. Een voorbeeld is CRAMP, een database van zeldzame spierziekten die wordt aangeleverd via de LBZ. De database wordt gevuld met diagnosen die door middel van de Diagnosethesaurus door ziekenhuizen worden geregistreerd.

De termen in de Verrichtingenthesaurus leiden, waar relevant, automatisch af naar ZA-codes ten behoeven van declaraties. Deze hoeven daardoor niet afzonderlijk te worden geregistreerd.

Verrichtingenthesaurus
Wat zijn de voordelen van de Verrichtingenthesaurus ten opzichte van het Verrichtingenbestand (CBV), eigen lijsten of rechtstreeks registreren op zorgactiviteit (ZA)?

Ziekenhuizen registreren verrichtingen op verschillende manieren. Door gebruik te gaan maken van de Verrichtingenthesaurus kunnen ziekenhuizen voordelen behalen op het gebied van kwaliteit, tijd, uitwisselbaarheid en mogelijkheden tot meervoudig gebruik. De voordelen verschillen tussen ziekenhuizen die verrichtingen registreren op basis van het Verrichtingenbestand (CBV), ZA-codes of eigen lijsten. Hieronder vindt u een beknopt overzicht.


Verrichtingenbestand (CBV)

Het CBV is 30 jaar oud en toe aan een opschoning. De Verrichtingenthesaurus voorziet onder andere in deze behoefte. Vanaf 2019 wordt het CBV-bestand ‘bevroren’ en zal geen onderhoud meer plaatsvinden aan de tabellen.

Voor ziekenhuizen die de Verrichtingenthesaurus nog niet direct kunnen implementeren, blijft DHD het CBV gedurende 2017 en 2018 nog beheren. Dit omvat het verwerken van zowel de releases van de zorgactiviteitentabel (RZ18 en RZ19) als de wijzigingsverzoeken van gebruikers. De frequentie van de uitleveringen blijft ongewijzigd, namelijk één keer per kwartaal. 


Eigen lijsten

​Eigen lijsten werpen een barrière op voor de uitwisselbaarheid van de data. Tevens vragen deze lijsten veel onderhoud per ziekenhuis. De Verrichtingenthesaurus wordt centraal beheerd en onderhouden, waardoor onderhoudskosten slechts eenmalig hoeven worden gemaakt. Verder biedt de Verrichtingenthesaurus uitwisselmogelijkheden op landelijk en internationaal niveau.


Zorgactiviteiten (ZA's)

De ZA’s zijn ontwikkeld voor financiële registratie onder regie van de NZa. Ze zijn weinig gedetailleerd en niet geschikt voor medische en kwaliteitsregistratie. Tevens dreigen de ZA's steeds minder specifiek te worden. Om medische en kwaliteitsregistratie bij te houden en gelijktijdig een automatische afleiding naar de ZA’s te faciliteren, biedt de Verrichtingenthesaurus uitkomst.

Verrichtingenthesaurus
Is gebruik van de Verrichtingenthesaurus verplicht?​​Het gebruik van de Verrichtingenthesaurus is niet verplicht. Ziekenhuizen hebben zich gecommitteerd aan het programma ‘Registratie aan de bron’. Hierbij gaat het om afspraken omtrent het eenduidig, eenmalig registreren voor meervoudig gebruik in zorgsystemen. Voorbeelden hiervan zijn de zorginformatiebouwstenen (zibs) en de Basisgegevensset Zorg. De thesauri zijn hulpmiddelen om dit in de praktijk mogelijk te maken. Kijk hier voor meer informatie.Verrichtingenthesaurus

Verrichtingenthesaurus

Met de Verrichtingenthesaurus worden medische handelingen gestandaardiseerd vastgelegd in het EPD, in de taal die medisch specialisten in de praktijk gebruiken. De termen in de thesaurus zijn gekoppeld aan de internationale standaarden SNOMED CT en/of LOINC.

Deze landelijk gestandaardiseerde vastlegging van verrichtingen zorgt voor tal van voordelen, zoals een efficiëntere administratie en verlaging van de registratielast. De vastgelegde gegevens kunnen voor meerdere doeleinden worden gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • uitwisseling tussen zorgverleners en met patiënten

  • stuurinformatie en benchmarking

  • aanlevering aan landelijke dataverzamelingen

  • wetenschappelijk onderzoek en externe rapportages


Zo kunnen, na oplevering van de Verrichtingenthesaurus, praktische toepassingen aan de thesaurus worden gekoppeld. Bij de Diagnosethesaurus gebeurt dit al. Een voorbeeld is CRAMP, een database van zeldzame spierziekten die wordt aangeleverd via de LBZ. De database wordt gevuld met diagnosen die door middel van de Diagnosethesaurus door ziekenhuizen worden geregistreerd.

De termen in de Verrichtingenthesaurus leiden, waar relevant, automatisch af naar ZA-codes ten behoeven van declaraties. Deze hoeven daardoor niet afzonderlijk te worden geregistreerd.

Laatst gewijzigd: oktober 2017

Ziekenhuizen registreren verrichtingen op verschillende manieren. Door gebruik te gaan maken van de Verrichtingenthesaurus kunnen ziekenhuizen voordelen behalen op het gebied van kwaliteit, tijd, uitwisselbaarheid en mogelijkheden tot meervoudig gebruik. De voordelen verschillen tussen ziekenhuizen die verrichtingen registreren op basis van het Verrichtingenbestand (CBV), ZA-codes of eigen lijsten. Hieronder vindt u een beknopt overzicht.


Verrichtingenbestand (CBV)

Het CBV is 30 jaar oud en toe aan een opschoning. De Verrichtingenthesaurus voorziet onder andere in deze behoefte. Vanaf 2019 wordt het CBV-bestand ‘bevroren’ en zal geen onderhoud meer plaatsvinden aan de tabellen.

Voor ziekenhuizen die de Verrichtingenthesaurus nog niet direct kunnen implementeren, blijft DHD het CBV gedurende 2017 en 2018 nog beheren. Dit omvat het verwerken van zowel de releases van de zorgactiviteitentabel (RZ18 en RZ19) als de wijzigingsverzoeken van gebruikers. De frequentie van de uitleveringen blijft ongewijzigd, namelijk één keer per kwartaal. 


Eigen lijsten

​Eigen lijsten werpen een barrière op voor de uitwisselbaarheid van de data. Tevens vragen deze lijsten veel onderhoud per ziekenhuis. De Verrichtingenthesaurus wordt centraal beheerd en onderhouden, waardoor onderhoudskosten slechts eenmalig hoeven worden gemaakt. Verder biedt de Verrichtingenthesaurus uitwisselmogelijkheden op landelijk en internationaal niveau.


Zorgactiviteiten (ZA's)

De ZA’s zijn ontwikkeld voor financiële registratie onder regie van de NZa. Ze zijn weinig gedetailleerd en niet geschikt voor medische en kwaliteitsregistratie. Tevens dreigen de ZA's steeds minder specifiek te worden. Om medische en kwaliteitsregistratie bij te houden en gelijktijdig een automatische afleiding naar de ZA’s te faciliteren, biedt de Verrichtingenthesaurus uitkomst.

Laatst gewijzigd: oktober 2017
​​Het gebruik van de Verrichtingenthesaurus is niet verplicht. Ziekenhuizen hebben zich gecommitteerd aan het programma ‘Registratie aan de bron’. Hierbij gaat het om afspraken omtrent het eenduidig, eenmalig registreren voor meervoudig gebruik in zorgsystemen. Voorbeelden hiervan zijn de zorginformatiebouwstenen (zibs) en de Basisgegevensset Zorg. De thesauri zijn hulpmiddelen om dit in de praktijk mogelijk te maken. Kijk hier voor meer informatie. Laatst gewijzigd: oktober 2017

Alle vragen over Verrichtingenthesaurus

Hoe kan ik een nieuwe verrichtingencode / CBV code aanvragen? Hoe vraag ik mutaties in de koppelingen CBV-codes met ZA-codes aan?

​U kunt dit bij DHD aanvragen via dit formulie​r.

Verrichtingenbestand
Ik wil graag toegang tot het Verrichtingenraadpleegsysteem (VRS). Hoe krijg ik dat?

​​Hiervoor dient u gemachtigd te worden. U kunt dit doen bij de lokaal beheerder van uw instelling. Weet u niet wie uw lokaal beheerder, neem dan contact op met onze servicedesk​​.

Verrichtingenbestand
Wanneer wordt het CBV-bestand uitgeleverd?

Zie hiervoor het uitleverschema​.
Verrichtingenbestand

Verrichtingenbestand

​​Hiervoor dient u gemachtigd te worden. U kunt dit doen bij de lokaal beheerder van uw instelling. Weet u niet wie uw lokaal beheerder, neem dan contact op met onze servicedesk​​.

Laatst gewijzigd: maart 2017

Zie hiervoor het uitleverschema​.
Laatst gewijzigd: maart 2017

Alle vragen over Verrichtingenbestand

Wat is de definitie van een acute opname/urgentie-opname?

Indicatie met betrekking tot de urgentie van de opname. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een acute opname (ja=1) en niet acute opname (nee=0).

Een acute opname is een opname die niet kan worden uitgesteld omdat onmiddellijke observatie, onderzoek of behandeling binnen 24 uur noodzakelijk is. Binnen 24 uur wil zeggen: gerekend vanaf het moment dat de medisch specialist oordeelt dat een acute opname noodzakelijk is. Als de patiënt als acuut wordt gecategoriseerd maar de daadwerkelijke opname 24 uur of later plaatsvindt, kan toch de definitie acuut worden gehanteerd.

Als acute opnamen worden niet aangemerkt:

  • Opnamen voor normale bevallingen (obstetrie).

  • Overplaatsingen van afdelingen binnen het ziekenhuis.

  • Afgesproken heropnamen, bijvoorbeeld voor dialyse of chemotherapie.

  • Heropnamen op dezelfde dag na ontslag.

  • Opnamen voor in het ziekenhuis ‘geplande’ bevallingen.

  • Als tijdens zwangerschap is besloten dat de bevalling in het ziekenhuis zal plaatsvinden.

  • De reden van opname moet de bevalling zijn. Als de patiënt in eerste instantie niet voor de bevalling wordt opgenomen, kan dit een acute opname zijn. Bijvoorbeeld: Tijdens de policontrole blijkt dat de patiënt ernstige hypertensie heeft en onmiddellijk tot aan de bevalling moet worden opgenomen. Reden van opname is de acute situatie van de hypertensie en niet de bevalling.

  • Heropnamen op dezelfde dag na ontslag.

  • Gastverblijf (gezonde moeder/kind).


Hieronder worden enkele praktische voorbeelden gegeven.

Voorbeeld 1

De opname van de patiënt is door de medisch specialist als acuut gecategoriseerd, maar de daadwerkelijke opname vindt 24 uur of later plaats.

- Coderen: acuut

Voorbeeld 2

Een patiënt komt binnen op de afdeling EHBO waar wordt geconstateerd dat de patiënt onmiddellijk, binnen 24 uur, moet worden opgenomen.

- Coderen: acuut

Voorbeeld 3

De patiënt wordt door de huisarts met spoed naar het poliklinisch spreekuur verwezen. Telefonisch wordt een afspraak gemaakt voor dezelfde dag. Tijdens het spreekuur blijkt opname noodzakelijk te zijn. De patiënt gaat nog wel naar huis om nachtkleding op te halen.

- Coderen: acuut

Voorbeeld 4

Idem als boven, maar de patiënt komt de volgende dag voor opname binnen 24 uur.

- Coderen: acuut

Voorbeeld 5

Een patiënt komt op het spreekuur. Opname op termijn is wenselijk. Om praktische redenen (bijvoorbeeld wens patiënt, opengevallen operatieschema ziekenhuis) vindt een directe opname plaats.

- Coderen: niet acuut

Voorbeeld 6

Een patiënt bevalt in het ziekenhuis van een gezonde baby. De afspraak om te bevallen in het ziekenhuis is al enige tijd geleden gemaakt. Midden in de nacht wordt de vrouw opgenomen.

- Coderen moeder: niet acuut

- Coderen kind: niet acuut

Voorbeeld 7

Tijdens een bevalling thuis is onmiddellijke opname van de vrouw in een ziekenhuis noodzakelijk. Het kindje wordt in het ziekenhuis geboren.

- Coderen moeder: acuut

- Coderen kind: niet acuut

Voorbeeld 8

Een kind moet onmiddellijk worden opgenomen. De moeder blijft bij het kind om de voeding te verzorgen.

- Coderen moeder: niet acuut (gastverblijf = nooit acuut)

- Coderen kind: acuut

Voorbeeld 9

Een patiënt is in ziekenhuis A acuut opgenomen en wordt doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B.

- Coderen ziekenhuis A: acuut

- Coderen ziekenhuis B: acuut

Voorbeeld 10

Een patiënt is in ziekenhuis A vanaf de wachtlijst opgenomen en wordt vanwege een complicatie doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B.

- Coderen ziekenhuis A: niet acuut

- Coderen ziekenhuis B: acuut

Voorbeeld 11

Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A waarbij wordt besloten om de patiënt voor operatie over te plaatsen naar ziekenhuis B.

- Coderen ziekenhuis A: n.v.t.

- Coderen ziekenhuis B: acuut

Voorbeeld 12

Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. Patiënt wordt niet opgenomen in ziekenhuis B, maar direct na de interventie overgeplaatst naar ziekenhuis A.

- Coderen ziekenhuis A: acuut.

- Coderen ziekenhuis B: n.v.t.

Voorbeeld 13

Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. De patiënt wordt voor behandeling opgenomen in ziekenhuis B en de volgende dag overgeplaatst naar ziekenhuis A.

- Coderen ziekenhuis A: niet acuut

- Coderen ziekenhuis B: acuut

Voorbeeld 14

Een patiënt is met spoed opgenomen in ziekenhuis A, wordt daarna doorverwezen voor acute behandeling naar ziekenhuis B en de volgende dag weer naar ziekenhuis A teruggeplaatst.

- Coderen ziekenhuis A: 1e opname acuut, 2e opname niet acuut

- Coderen ziekenhuis B: acuut

LBZ-dataverzameling
Hoe leg je externe verrichtingen vast?

​​​Indien zorgactiviteiten worden uitgevoerd ten behoeve van Onderlinge Dienstverlening, dan behoren beide organisaties deze aan de LBZ aan te leveren. Een zorgactiviteit die tijdens een opnameperiode uitgevoerd wordt door/in een andere instelling, kan wel degelijk de hoofdverrichting zijn tijdens een klinische opname in de instelling, die de uitvoering van de betreffende zorgactiviteit heeft uitbesteed.​

LBZ-dataverzameling
Hoe bepaal je de hoofdverrichting als er geen sprake is van een operatie in de opname?

​​​Alle verrichtingen CBV met eerste 2 posities 30, 33, 37, 38, 39, 53, 54, 65, 80 en alle verrichtingen ZA met klasse 4, 5, 6, 7, 18, 99 zijn toegestaan als hoofdverrichting.

De hoofdverrichting is de belangrijkste verrichting die is uitgevoerd tijdens de gehele opnameperiode. De hoofdverrichting hoeft niet te passen bij de hoofddiagnose. De hoofdverrichting wordt gebruikt voor het berekenen van de Onverwacht Lange Opnameduur. Advies is dan ook om die verrichting te kiezen als hoofdverrichting, die naar verwachting de meeste invloed heeft op de opnameduur.
Als handvat voor het bepalen van de belangrijkste verrichting is onderstaande rangorde te gebruiken. : Als er twee verrichtingen van gelijke zwaarte zijn, kies er dan een (al dan niet willekeurig).
1. Operatieve verrichting 
2. Therapeutische verrichting
3. Diagnostische verrichting​​

LBZ-dataverzameling

LBZ-dataverzameling

Indicatie met betrekking tot de urgentie van de opname. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een acute opname (ja=1) en niet acute opname (nee=0).

Een acute opname is een opname die niet kan worden uitgesteld omdat onmiddellijke observatie, onderzoek of behandeling binnen 24 uur noodzakelijk is. Binnen 24 uur wil zeggen: gerekend vanaf het moment dat de medisch specialist oordeelt dat een acute opname noodzakelijk is. Als de patiënt als acuut wordt gecategoriseerd maar de daadwerkelijke opname 24 uur of later plaatsvindt, kan toch de definitie acuut worden gehanteerd.

Als acute opnamen worden niet aangemerkt:

  • Opnamen voor normale bevallingen (obstetrie).

  • Overplaatsingen van afdelingen binnen het ziekenhuis.

  • Afgesproken heropnamen, bijvoorbeeld voor dialyse of chemotherapie.

  • Heropnamen op dezelfde dag na ontslag.

  • Opnamen voor in het ziekenhuis ‘geplande’ bevallingen.

  • Als tijdens zwangerschap is besloten dat de bevalling in het ziekenhuis zal plaatsvinden.

  • De reden van opname moet de bevalling zijn. Als de patiënt in eerste instantie niet voor de bevalling wordt opgenomen, kan dit een acute opname zijn. Bijvoorbeeld: Tijdens de policontrole blijkt dat de patiënt ernstige hypertensie heeft en onmiddellijk tot aan de bevalling moet worden opgenomen. Reden van opname is de acute situatie van de hypertensie en niet de bevalling.

  • Heropnamen op dezelfde dag na ontslag.

  • Gastverblijf (gezonde moeder/kind).


Hieronder worden enkele praktische voorbeelden gegeven.

Voorbeeld 1

De opname van de patiënt is door de medisch specialist als acuut gecategoriseerd, maar de daadwerkelijke opname vindt 24 uur of later plaats.

- Coderen: acuut

Voorbeeld 2

Een patiënt komt binnen op de afdeling EHBO waar wordt geconstateerd dat de patiënt onmiddellijk, binnen 24 uur, moet worden opgenomen.

- Coderen: acuut

Voorbeeld 3

De patiënt wordt door de huisarts met spoed naar het poliklinisch spreekuur verwezen. Telefonisch wordt een afspraak gemaakt voor dezelfde dag. Tijdens het spreekuur blijkt opname noodzakelijk te zijn. De patiënt gaat nog wel naar huis om nachtkleding op te halen.

- Coderen: acuut

Voorbeeld 4

Idem als boven, maar de patiënt komt de volgende dag voor opname binnen 24 uur.

- Coderen: acuut

Voorbeeld 5

Een patiënt komt op het spreekuur. Opname op termijn is wenselijk. Om praktische redenen (bijvoorbeeld wens patiënt, opengevallen operatieschema ziekenhuis) vindt een directe opname plaats.

- Coderen: niet acuut

Voorbeeld 6

Een patiënt bevalt in het ziekenhuis van een gezonde baby. De afspraak om te bevallen in het ziekenhuis is al enige tijd geleden gemaakt. Midden in de nacht wordt de vrouw opgenomen.

- Coderen moeder: niet acuut

- Coderen kind: niet acuut

Voorbeeld 7

Tijdens een bevalling thuis is onmiddellijke opname van de vrouw in een ziekenhuis noodzakelijk. Het kindje wordt in het ziekenhuis geboren.

- Coderen moeder: acuut

- Coderen kind: niet acuut

Voorbeeld 8

Een kind moet onmiddellijk worden opgenomen. De moeder blijft bij het kind om de voeding te verzorgen.

- Coderen moeder: niet acuut (gastverblijf = nooit acuut)

- Coderen kind: acuut

Voorbeeld 9

Een patiënt is in ziekenhuis A acuut opgenomen en wordt doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B.

- Coderen ziekenhuis A: acuut

- Coderen ziekenhuis B: acuut

Voorbeeld 10

Een patiënt is in ziekenhuis A vanaf de wachtlijst opgenomen en wordt vanwege een complicatie doorverwezen voor acute opname (observatie, onderzoek of behandeling) naar ziekenhuis B.

- Coderen ziekenhuis A: niet acuut

- Coderen ziekenhuis B: acuut

Voorbeeld 11

Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A waarbij wordt besloten om de patiënt voor operatie over te plaatsen naar ziekenhuis B.

- Coderen ziekenhuis A: n.v.t.

- Coderen ziekenhuis B: acuut

Voorbeeld 12

Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. Patiënt wordt niet opgenomen in ziekenhuis B, maar direct na de interventie overgeplaatst naar ziekenhuis A.

- Coderen ziekenhuis A: acuut.

- Coderen ziekenhuis B: n.v.t.

Voorbeeld 13

Een patiënt bezoekt de SEH in ziekenhuis A, waarbij blijkt dat acute interventie in ziekenhuis B noodzakelijk is. De patiënt wordt voor behandeling opgenomen in ziekenhuis B en de volgende dag overgeplaatst naar ziekenhuis A.

- Coderen ziekenhuis A: niet acuut

- Coderen ziekenhuis B: acuut

Voorbeeld 14

Een patiënt is met spoed opgenomen in ziekenhuis A, wordt daarna doorverwezen voor acute behandeling naar ziekenhuis B en de volgende dag weer naar ziekenhuis A teruggeplaatst.

- Coderen ziekenhuis A: 1e opname acuut, 2e opname niet acuut

- Coderen ziekenhuis B: acuut

Laatst gewijzigd: juni 2017

​​​Indien zorgactiviteiten worden uitgevoerd ten behoeve van Onderlinge Dienstverlening, dan behoren beide organisaties deze aan de LBZ aan te leveren. Een zorgactiviteit die tijdens een opnameperiode uitgevoerd wordt door/in een andere instelling, kan wel degelijk de hoofdverrichting zijn tijdens een klinische opname in de instelling, die de uitvoering van de betreffende zorgactiviteit heeft uitbesteed.​

Laatst gewijzigd: maart 2017

​​​Alle verrichtingen CBV met eerste 2 posities 30, 33, 37, 38, 39, 53, 54, 65, 80 en alle verrichtingen ZA met klasse 4, 5, 6, 7, 18, 99 zijn toegestaan als hoofdverrichting.

De hoofdverrichting is de belangrijkste verrichting die is uitgevoerd tijdens de gehele opnameperiode. De hoofdverrichting hoeft niet te passen bij de hoofddiagnose. De hoofdverrichting wordt gebruikt voor het berekenen van de Onverwacht Lange Opnameduur. Advies is dan ook om die verrichting te kiezen als hoofdverrichting, die naar verwachting de meeste invloed heeft op de opnameduur.
Als handvat voor het bepalen van de belangrijkste verrichting is onderstaande rangorde te gebruiken. : Als er twee verrichtingen van gelijke zwaarte zijn, kies er dan een (al dan niet willekeurig).
1. Operatieve verrichting 
2. Therapeutische verrichting
3. Diagnostische verrichting​​

Laatst gewijzigd: maart 2017

Alle vragen over LBZ-dataverzameling

Waar kan ik de ICD-10 codeadviezen vinden?

​​​Codeadviezen van de expertgroep ICD-10 vindt u hier.

ICD-10
Waar kan ik de belangrijkste wijzigingen in de ICD-10 voor het LBZ-registratiejaar 2017 vinden?

​​Deze wijzigingen vindt u hier.

ICD-10
Waar kan ik de codeerinstructie morfologie in de LBZ vinden?

​​​Deze instructie vindt u hier

ICD-10

ICD-10

​​​Codeadviezen van de expertgroep ICD-10 vindt u hier.

Laatst gewijzigd: maart 2017

​​​Deze instructie vindt u hier

Laatst gewijzigd: maart 2017

Alle vragen over ICD-10

Kunnen de aangeleverde gegevens van LROI en NCFS nog worden aangepast in OmniQ?

​​Uw ziekenhuis kan de door LROI en NCFS ingevulde data niet aanpassen in OmniQ zelf. In OmniQ kunt u de ingevulde data van LROI en CF alleen bekijken en accorderen. U kunt aanpassingen aanleveren aan LROI en NCFS. Deze aanpassingen worden meegenomen in de verversingen (twee maal per week voor LROI; op 15 maart en 1 april voor NCFS) en komen op die manier aangepast in OmniQ te staan.

OmniQ
Is het mogelijk om een indicatorenset van de registratie niet over te nemen?

​​​Ja, dat is mogelijk. Import data uit de externe registraties hoeft niet te worden overgenomen. Uw ziekenhuis kan de vragen handmatig invullen. Binnen OmniQ kunt u aangeven welke indicatorenset u wel en niet wilt laten importeren. Meer informatie hierover is te vinden in de handleiding​

Het is wel de bedoeling dat alle vragen worden ingevuld, dus ook wanneer het ziekenhuis het niet eens is met de definitie.

Het is niet mogelijk om slechts één indicator van een indicatorenset niet over te nemen. U kunt er alleen voor kiezen om gehele indicatorensets wel of niet te laten importeren. Wilt u één indicator niet meenemen uit de registraties, dan kunt u de gehele indicatorenset handmatig overtypen.

OmniQ
Hoe autoriseer ik mijn collega’s voor OmniQ/een indicatorenset?

​​De lokaal beheerder(s) zijn geautoriseerd door de raad van bestuur van het ziekenhuis en hebben direct toegang tot OmniQ. De lokaal beheerders kunnen vervolgens intern medewerkers binnen het ziekenhuis rechten geven tot het invullen en accorderen van de indicatorensets. Zij kunnen dit doen in OmniQ onder 'Rechten'. In de handleiding staat meer informatie over het rechtenscherm. De handleiding vind u hier​

OmniQ

OmniQ

​​Uw ziekenhuis kan de door LROI en NCFS ingevulde data niet aanpassen in OmniQ zelf. In OmniQ kunt u de ingevulde data van LROI en CF alleen bekijken en accorderen. U kunt aanpassingen aanleveren aan LROI en NCFS. Deze aanpassingen worden meegenomen in de verversingen (twee maal per week voor LROI; op 15 maart en 1 april voor NCFS) en komen op die manier aangepast in OmniQ te staan.

Laatst gewijzigd: maart 2017

​​​Ja, dat is mogelijk. Import data uit de externe registraties hoeft niet te worden overgenomen. Uw ziekenhuis kan de vragen handmatig invullen. Binnen OmniQ kunt u aangeven welke indicatorenset u wel en niet wilt laten importeren. Meer informatie hierover is te vinden in de handleiding​

Het is wel de bedoeling dat alle vragen worden ingevuld, dus ook wanneer het ziekenhuis het niet eens is met de definitie.

Het is niet mogelijk om slechts één indicator van een indicatorenset niet over te nemen. U kunt er alleen voor kiezen om gehele indicatorensets wel of niet te laten importeren. Wilt u één indicator niet meenemen uit de registraties, dan kunt u de gehele indicatorenset handmatig overtypen.

Laatst gewijzigd: maart 2017

​​De lokaal beheerder(s) zijn geautoriseerd door de raad van bestuur van het ziekenhuis en hebben direct toegang tot OmniQ. De lokaal beheerders kunnen vervolgens intern medewerkers binnen het ziekenhuis rechten geven tot het invullen en accorderen van de indicatorensets. Zij kunnen dit doen in OmniQ onder 'Rechten'. In de handleiding staat meer informatie over het rechtenscherm. De handleiding vind u hier​

Laatst gewijzigd: maart 2017

Alle vragen over OmniQ

Ik ben wetenschappelijk onderzoeker en wil graag LBZ-data ontvangen via het CBS, is dat mogelijk?

​Ja, het is mogelijk om data vanuit de LBZ te ontvangen via de remote access van het CBS. De procedure hiervoor is als volgt:

  1. Eerst dient u een aanvraag in bij het CBS.
  2. Als het CBS de aanvraag heeft goedgekeurd, dient u een gegevensaanvraag​ in bij DHD middels het aanvraagformulier op de website. 
  3. Ter compensatie voor de kosten die ziekenhuizen maken voor het verzamelen van de data vraagt DHD een gebruikersvergoeding. Daartoe vraagt u een offerte aan bij DHD. 
  4. Zodra de door u ondertekende offerte door DHD is ontvangen, informeren wij het CBS dat u gebruik kunt maken van de LBZ.
Gegevensverzoeken
Ik ben student en voor mijn onderzoek heb ik ziekenhuisdata op geaggregeerd niveau nodig. Hoe kan ik hier de beschikking over krijgen?

​We adviseren u om eerst de informatie te raadplegen die instellingen als CBS, RIVM en de Hartstichting op basis van de LBZ beschikbaar stellen. Geaggregeerde informatie uit onze databases wordt kosteloos beschikbaar gesteld voor onderzoeksdoeleinden (zoals http://statline.cbs.nl/). Voor financiële data kunt u ook kijken op de website van de NZa over open DIS-data.​

Gegevensverzoeken
Ik ben medewerker van een ziekenhuis en wil graag eigen data ontvangen. Is dat mogelijk?

​​Ja, dat is mogelijk. We controleren of u bij DHD als rechtmatige ontvanger bent geregistreerd. Zo niet, dan dient u toestemming van de raad van bestuur van uw ziekenhuis te hebben. ​

Er zijn geen kosten verbonden aan uw aanvraag van data van het eigen ziekenhuis, mits uw gegevensaanvraag binnen een redelijke tijdsinvestering kan worden afgehandeld. 

Gegevensverzoeken

Gegevensverzoeken

​Ja, het is mogelijk om data vanuit de LBZ te ontvangen via de remote access van het CBS. De procedure hiervoor is als volgt:

  1. Eerst dient u een aanvraag in bij het CBS.
  2. Als het CBS de aanvraag heeft goedgekeurd, dient u een gegevensaanvraag​ in bij DHD middels het aanvraagformulier op de website. 
  3. Ter compensatie voor de kosten die ziekenhuizen maken voor het verzamelen van de data vraagt DHD een gebruikersvergoeding. Daartoe vraagt u een offerte aan bij DHD. 
  4. Zodra de door u ondertekende offerte door DHD is ontvangen, informeren wij het CBS dat u gebruik kunt maken van de LBZ.
Laatst gewijzigd: september 2017

​We adviseren u om eerst de informatie te raadplegen die instellingen als CBS, RIVM en de Hartstichting op basis van de LBZ beschikbaar stellen. Geaggregeerde informatie uit onze databases wordt kosteloos beschikbaar gesteld voor onderzoeksdoeleinden (zoals http://statline.cbs.nl/). Voor financiële data kunt u ook kijken op de website van de NZa over open DIS-data.​

Laatst gewijzigd: september 2017

​​Ja, dat is mogelijk. We controleren of u bij DHD als rechtmatige ontvanger bent geregistreerd. Zo niet, dan dient u toestemming van de raad van bestuur van uw ziekenhuis te hebben. ​

Er zijn geen kosten verbonden aan uw aanvraag van data van het eigen ziekenhuis, mits uw gegevensaanvraag binnen een redelijke tijdsinvestering kan worden afgehandeld. 

Laatst gewijzigd: september 2017

Alle vragen over Gegevensverzoeken

Wie ontvangen een HSMR-rapport?

​​​​Uw ziekenhuis ontvangt een HSMR-rapport indien uw ziekenhuis in 2016 aan de LBZ heeft aangeleverd, voldoet aan de datakwaliteitscriteria en het CBS schriftelijk heeft gemachtigd om de HSMR-cijfers aan DHD aan te leveren. De raad van bestuur ontvangt uiterlijk eind oktober een gedrukte versie van het rapport. De personen die binnen uw ziekenhuis gemachtigd zijn door de raad van bestuur om de HSMR-cijfers te ontvangen, kunnen het rapport vanaf medio oktober downloaden via Mijn DHD. De betreffende personen zijn hier per e-mail over geïnformeerd.​

HSMR-rapport
Hoe kom ik bij de online versie van het HSMR-rapport?

​​​​​Als u gemachtigd bent om het HSMR-rapport te downloaden, dan kunt u het digitale HSMR-rapport vanaf medio oktober vinden in de beveiligde omgeving Mijn DHD​, onder 'Downloads actueel'. 

HSMR-rapport
Hoe pak ik het versleutelde bestand uit?

Omdat het om vertrouwelijke informatie gaat, zijn wij verplicht het ZIP-bestand met daarin het HSMR-rapport en het microbestand beveiligd aan te leveren aan uitsluitend daartoe gemachtigde medewerkers van het ziekenhuis. Lees eerst onderstaande instructie en volg daarna de stappen om het bestand te downloaden en uit te pakken.

Belangrijk: U kunt het ZIP-bestand uitsluitend uitpakken met de programma’s WinRAR, WinZip of 7-Zip, omdat de bestanden zijn beveiligd met een AES-versleuteling. Heeft u geen van deze programma’s op uw computer geïnstalleerd, dan wordt er automatisch een programma vanuit Windows opgestart om de bestanden uit te pakken. Echter, met dit programma kunt u de bestanden niet openen.

Heeft u ondersteuning nodig bij de installatie van WinRAR, WinZip of 7-Zip of bij het openen van de bestanden, neem dan contact op met de IT-afdeling binnen uw ziekenhuis. Wij gaan ervan uit dat zij u hierbij kunnen ondersteunen. 

  1. Ga naar Mijn DHD: www.dhd.nl/mijn-dhd

  2. Log in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

  3. Ga naar ‘Downloads actueel’.

  4. Klik nu op het ZIP-bestand dat staat onder het kopje ‘HSMR Rapporten’.

  5. Sla het bestand op de harde schijf van uw computer op.

  6. Klik met de rechtermuisknop op het ZIP-bestand, kies voor WinRAR, WinZip of 7-Zip en kies vervolgens voor ‘Uitpakken naar’ of ‘Extract to’.

  7. Er wordt gevraagd om een wachtwoord. Vul het wachtwoord in dat u heeft ontvangen.
    Als u op ‘Wachtwoord tonen’ klikt, kunt u controleren of u het wachtwoord juist heeft ingetypt. Indien u het wachtwoord kopieert uit deze e-mail, zorg dan dat er geen spatie aan het eind wordt meegekopieerd.

  8. Nu kunt u het rapport (PDF) en het microbestand (Excel) bekijken.​

HSMR-rapport

HSMR-rapport

​​​​Uw ziekenhuis ontvangt een HSMR-rapport indien uw ziekenhuis in 2016 aan de LBZ heeft aangeleverd, voldoet aan de datakwaliteitscriteria en het CBS schriftelijk heeft gemachtigd om de HSMR-cijfers aan DHD aan te leveren. De raad van bestuur ontvangt uiterlijk eind oktober een gedrukte versie van het rapport. De personen die binnen uw ziekenhuis gemachtigd zijn door de raad van bestuur om de HSMR-cijfers te ontvangen, kunnen het rapport vanaf medio oktober downloaden via Mijn DHD. De betreffende personen zijn hier per e-mail over geïnformeerd.​

Laatst gewijzigd: oktober 2017

​​​​​Als u gemachtigd bent om het HSMR-rapport te downloaden, dan kunt u het digitale HSMR-rapport vanaf medio oktober vinden in de beveiligde omgeving Mijn DHD​, onder 'Downloads actueel'. 

Laatst gewijzigd: oktober 2017

Omdat het om vertrouwelijke informatie gaat, zijn wij verplicht het ZIP-bestand met daarin het HSMR-rapport en het microbestand beveiligd aan te leveren aan uitsluitend daartoe gemachtigde medewerkers van het ziekenhuis. Lees eerst onderstaande instructie en volg daarna de stappen om het bestand te downloaden en uit te pakken.

Belangrijk: U kunt het ZIP-bestand uitsluitend uitpakken met de programma’s WinRAR, WinZip of 7-Zip, omdat de bestanden zijn beveiligd met een AES-versleuteling. Heeft u geen van deze programma’s op uw computer geïnstalleerd, dan wordt er automatisch een programma vanuit Windows opgestart om de bestanden uit te pakken. Echter, met dit programma kunt u de bestanden niet openen.

Heeft u ondersteuning nodig bij de installatie van WinRAR, WinZip of 7-Zip of bij het openen van de bestanden, neem dan contact op met de IT-afdeling binnen uw ziekenhuis. Wij gaan ervan uit dat zij u hierbij kunnen ondersteunen. 

  1. Ga naar Mijn DHD: www.dhd.nl/mijn-dhd

  2. Log in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

  3. Ga naar ‘Downloads actueel’.

  4. Klik nu op het ZIP-bestand dat staat onder het kopje ‘HSMR Rapporten’.

  5. Sla het bestand op de harde schijf van uw computer op.

  6. Klik met de rechtermuisknop op het ZIP-bestand, kies voor WinRAR, WinZip of 7-Zip en kies vervolgens voor ‘Uitpakken naar’ of ‘Extract to’.

  7. Er wordt gevraagd om een wachtwoord. Vul het wachtwoord in dat u heeft ontvangen.
    Als u op ‘Wachtwoord tonen’ klikt, kunt u controleren of u het wachtwoord juist heeft ingetypt. Indien u het wachtwoord kopieert uit deze e-mail, zorg dan dat er geen spatie aan het eind wordt meegekopieerd.

  8. Nu kunt u het rapport (PDF) en het microbestand (Excel) bekijken.​

Laatst gewijzigd: oktober 2017

Alle vragen over HSMR-rapport

Wat zijn de functionaliteiten van SKI?

​​Op de startpagina van SKI​ vindt u een rondleiding die u langs de verschillende functionaliteiten van SKI begeleidt.​

SKI
Er missen een aantal indicatoren in SKI, hoe kan dat?

​​​​In SKI worden alleen de indicatoren van de Transparantiekalender en de IGZ-basisset getoond. Van de Transparantiekalender worden alleen de uitkomst- en procesindicatoren getoond. Van de IGZ-basisset worden alleen de indicatoren getoond die zich lenen voor benchmarking.​

SKI
Er worden van een ziekenhuis geen data getoond, terwijl het ziekenhuis wel geselecteerd is. Hoe kan dit?

​​​Als voor een ziekenhuis geen data worden getoond, betekent dit dat dit ziekenhuis de indicator niet heeft aangeleverd. Hierdoor zijn geen data beschikbaar.​

SKI

SKI

​​Op de startpagina van SKI​ vindt u een rondleiding die u langs de verschillende functionaliteiten van SKI begeleidt.​

Laatst gewijzigd: maart 2017

​​​​In SKI worden alleen de indicatoren van de Transparantiekalender en de IGZ-basisset getoond. Van de Transparantiekalender worden alleen de uitkomst- en procesindicatoren getoond. Van de IGZ-basisset worden alleen de indicatoren getoond die zich lenen voor benchmarking.​

Laatst gewijzigd: maart 2017

​​​Als voor een ziekenhuis geen data worden getoond, betekent dit dat dit ziekenhuis de indicator niet heeft aangeleverd. Hierdoor zijn geen data beschikbaar.​

Laatst gewijzigd: maart 2017

Alle vragen over SKI

Waar kan ik het Rapport LBZ-indicatoren downloaden?

​​​Personen die gemachtigd zijn om het rapport te downloaden, vinden het rapport via Mijn DHD​, onder 'Downloads actueel'.​ ​Zij ontvangen een e-mail wanneer het nieuwe rapport beschikbaar is.

Rapport-LBZ-indicatoren
Welke data liggen ten grondslag aan het rapport?

DHD gebruikt de data uit de LBZ-medisch om te komen tot de resultaten in het Rapport LBZ-indicatoren. Een voorwaarde voor een betrouwbare berekening van de indicatoren HSMR (voorlopig), Onverwacht Lange Opnameduur (OLO) en Heropnamenratio is dat de onderliggende data juist, volledig en tijdig geregistreerd zijn in de LBZ.​

Rapport-LBZ-indicatoren
Hoe kan ik voor 1 juni de gevraagde gegevens aanleveren aan de IGZ?

​​​U kunt de gegevens van uw ziekenhuis op twee manieren aanleveren:

  1. U kunt de gevraagde gegevens met betrekking tot de HSMR (voorlopig), OLO en Heropnamenratio zelf aanleveren. De voorlopige HSMR kan via de online vragenlijst van de IGZ worden aangeleverd, de OLO en Heropnamenratio kunnen via OmniQ worden aangeleverd.

  2. U kunt DHD machtigen om de voorlopige HSMR aan te leveren. Dit kunt u in de online vragenlijst van de IGZ aangeven. Hieraan zijn geen kosten verbonden.

Rapport-LBZ-indicatoren

Rapport-LBZ-indicatoren

​​​Personen die gemachtigd zijn om het rapport te downloaden, vinden het rapport via Mijn DHD​, onder 'Downloads actueel'.​ ​Zij ontvangen een e-mail wanneer het nieuwe rapport beschikbaar is.

Laatst gewijzigd: mei 2017

DHD gebruikt de data uit de LBZ-medisch om te komen tot de resultaten in het Rapport LBZ-indicatoren. Een voorwaarde voor een betrouwbare berekening van de indicatoren HSMR (voorlopig), Onverwacht Lange Opnameduur (OLO) en Heropnamenratio is dat de onderliggende data juist, volledig en tijdig geregistreerd zijn in de LBZ.​

Laatst gewijzigd: mei 2017

​​​U kunt de gegevens van uw ziekenhuis op twee manieren aanleveren:

  1. U kunt de gevraagde gegevens met betrekking tot de HSMR (voorlopig), OLO en Heropnamenratio zelf aanleveren. De voorlopige HSMR kan via de online vragenlijst van de IGZ worden aangeleverd, de OLO en Heropnamenratio kunnen via OmniQ worden aangeleverd.

  2. U kunt DHD machtigen om de voorlopige HSMR aan te leveren. Dit kunt u in de online vragenlijst van de IGZ aangeven. Hieraan zijn geen kosten verbonden.

Laatst gewijzigd: mei 2017

Alle vragen over Rapport-LBZ-indicatoren

Hoe krijg ik toegang tot het DHD-dashboard?

​​​​Uw lokaal beheerder kan u toegang verlenen tot het DHD-dashboard. Bent u zelf lokaal beheerder, dan dient u een wijzigingsformulier lokaal beheerders in te vullen en naar info​@dhd.nl te sturen.

Let op: voor het DHD-dashboard gelden afwijkende rechten.

Als een gebruiker geautoriseerd is voor het product Hospital Data Viewer, dan mag hij/zij de inhoud van de thema's Kwaliteit, Markt, Productie en Aanlevering bekijken. Het thema Financieel (de verkoopprijzenbenchmark) is voor een gebruiker alleen gevuld als het recht 'Verkoopprijzenbenchmark' is toegekend.​

DHD-dashboard
Het DHD-dashboard laadt niet goed, wat moet ik doen?

​​​​​Om te kunnen achterhalen wat er aan de hand is, willen wij graag zien wat u ziet. Maak een printscreen van uw scherm​ en mail deze naar info@dhd.nl. Vermeld hierbij uw gebruikersnaam en de naam van uw organisatie.

DHD-dashboard
Ik lever nog geen data aan via de LBZ-financieel, hoe krijg ik wel financiële data terug?

​​​De financiële informatieproducten worden gebaseerd op de LBZ-financieel of op de aanlevering ten behoeve van de Omzetmonitor. Levert u nog niet aan via de LBZ-financieel en is dat voor uw ziekenhuis voorlopig niet mogelijk, dan kunt u een eenmalige data-aanlevering doen voor de Omzetmonitor. Neem hiervoor contact op met DHD via het contactformulier.

DHD-dashboard

DHD-dashboard

​​​​Uw lokaal beheerder kan u toegang verlenen tot het DHD-dashboard. Bent u zelf lokaal beheerder, dan dient u een wijzigingsformulier lokaal beheerders in te vullen en naar info​@dhd.nl te sturen.

Let op: voor het DHD-dashboard gelden afwijkende rechten.

Als een gebruiker geautoriseerd is voor het product Hospital Data Viewer, dan mag hij/zij de inhoud van de thema's Kwaliteit, Markt, Productie en Aanlevering bekijken. Het thema Financieel (de verkoopprijzenbenchmark) is voor een gebruiker alleen gevuld als het recht 'Verkoopprijzenbenchmark' is toegekend.​

Laatst gewijzigd: september 2017

​​​​​Om te kunnen achterhalen wat er aan de hand is, willen wij graag zien wat u ziet. Maak een printscreen van uw scherm​ en mail deze naar info@dhd.nl. Vermeld hierbij uw gebruikersnaam en de naam van uw organisatie.

Laatst gewijzigd: maart 2017

​​​De financiële informatieproducten worden gebaseerd op de LBZ-financieel of op de aanlevering ten behoeve van de Omzetmonitor. Levert u nog niet aan via de LBZ-financieel en is dat voor uw ziekenhuis voorlopig niet mogelijk, dan kunt u een eenmalige data-aanlevering doen voor de Omzetmonitor. Neem hiervoor contact op met DHD via het contactformulier.

Laatst gewijzigd: september 2017

Alle vragen over DHD-dashboard

Wat is de indicator Onverwacht Lange Opnameduur (OLO) en hoe wordt deze berekend?

​​De indicator OLO geeft het percentage klinisch opgenomen patiënten met een onverwacht lange opnameduur weer. Hieronder wordt een opnameduur verstaan die minimaal 50% langer is dan verwacht. Bij de berekening van de verwachte opnameduur wordt rekening gehouden met de leeftijd van de patiënt, de hoofddiagnose en een eventuele hoofdverrichting die de patiënt heeft ondergaan. Juiste en volledige registratie van deze variabelen is dus essentieel voor een betrouwbare berekening van de OLO.

OLO
Tellen alleen operatieve verrichtingen mee voor de OLO?

​​De OLO wordt bepaald aan de hand van de leeftijd van de patiënt, de hoofddiagnose en de hoofdverrichting. Zowel operatieve als niet-operatieve verrichtingen kunnen een hoofdverrichting zijn en tellen dus ook mee in de berekening van de OLO. Echter hebben niet-operatieve verrichtingen meestal weinig invloed op de ligduur, omdat deze geen verzwaring van de opname geven.

OLO
Zijn ziekenhuizen verplicht inzage te geven in de OLO?

Ja, ziekenhuizen zijn verplicht hun OLO door te geven aan de IGZ. DHD voert de OLO-gegevens half mei automatisch in OmniQ in als: u deze optie heeft geselecteerd bij de instellinggegevens van de IGZ Basisset in OmniQ, uw zorginstelling aanlevert aan de LBZ en als DHD de indicatoren heeft kunnen berekenen. Deze gegevens worden vervolgens doorgeleverd aan de IGZ.​

OLO

OLO

​​De indicator OLO geeft het percentage klinisch opgenomen patiënten met een onverwacht lange opnameduur weer. Hieronder wordt een opnameduur verstaan die minimaal 50% langer is dan verwacht. Bij de berekening van de verwachte opnameduur wordt rekening gehouden met de leeftijd van de patiënt, de hoofddiagnose en een eventuele hoofdverrichting die de patiënt heeft ondergaan. Juiste en volledige registratie van deze variabelen is dus essentieel voor een betrouwbare berekening van de OLO.

Laatst gewijzigd: maart 2017

​​De OLO wordt bepaald aan de hand van de leeftijd van de patiënt, de hoofddiagnose en de hoofdverrichting. Zowel operatieve als niet-operatieve verrichtingen kunnen een hoofdverrichting zijn en tellen dus ook mee in de berekening van de OLO. Echter hebben niet-operatieve verrichtingen meestal weinig invloed op de ligduur, omdat deze geen verzwaring van de opname geven.

Laatst gewijzigd: maart 2017

Ja, ziekenhuizen zijn verplicht hun OLO door te geven aan de IGZ. DHD voert de OLO-gegevens half mei automatisch in OmniQ in als: u deze optie heeft geselecteerd bij de instellinggegevens van de IGZ Basisset in OmniQ, uw zorginstelling aanlevert aan de LBZ en als DHD de indicatoren heeft kunnen berekenen. Deze gegevens worden vervolgens doorgeleverd aan de IGZ.​

Laatst gewijzigd: mei 2017

Alle vragen over OLO

Wat is de indicator Heropnamenratio en hoe wordt deze berekend?

Een heropname is gedefinieerd als een klinische opname binnen 30 dagen na de ontslagdatum van de klinische indexopname van de patiënt. De indexopname is de opname vóór de heropname. Met ingang van registratiejaar 2016 wordt voor de heropnamen een ratio berekend. Hierbij wordt het werkelijke (waargenomen) aantal heropnamen van een ziekenhuis afgezet tegen het verwachte aantal heropnamen dat berekend is aan de hand van de landelijke cijfers. Het CBS heeft het heropnamenmodel berekend, waarbij is gecorrigeerd op factoren die de kans op een heropname kunnen beïnvloeden. Deze factoren zijn: leeftijd, geslacht, sociaal-economische status, de zwaarte van de hoofddiagnose, nevendiagnosen, urgentie van opname, herkomst, jaar van ontslag en maand van opname. Het resultaat van deze modelberekening is door DHD gebruikt om de Heropnamenratio per ziekenhuis te berekenen.​

Heropnamenratio
Wat is er dit jaar veranderd aan de indicator Heropnamenratio in vergelijking met vorig jaar?

Met ingang van dit jaar wordt voor de heropnamen een ratio berekend. Hierbij is gecorrigeerd voor factoren die de kans op een heropname kunnen beïnvloeden. Zie voor verdere uitleg hierover het antwoord bij de vraag ’Wat is de indicator Heropnamenratio en hoe wordt deze berekend?’. Met ingang van registratiejaar 2016 wordt een aantal aanvullende groepen uitgesloten waarvan verondersteld wordt dat heropnamen in deze groepen niet gerelateerd zijn aan de kwaliteit van de geleverde zorg. Deze exclusies zijn op basis van input van ziekenhuizen en onderzoek vastgesteld. Het betreft onderstaande codes. Een opname wordt niet geteld als een heropname als de hoofddiagnose van deze opname in een van onderstaande CCS-groepen valt:

  • Revalidatiezorg, aanpassen en bijstellen van prothesen en andere hulpmiddelen (CCS 254)

  • Sociale opname en contacten voor administratieve doeleinden (CCS 255)

  • Medisch onderzoek/evaluatie (CCS 256)

  • Overige nazorg (CCS 257)

  • Overige screening voor verdachte aandoeningen (niet mentale aandoeningen of infectieziekten) (CCS 258)

Heropnamenratio
De Heropnamenratio wijkt voor een aantal specialismen af van het landelijke gemiddelde. Wat zegt dit?

De verschillen tussen de ziekenhuizen in aantallen heropnamen kunnen meerdere oorzaken hebben. Het kan te verklaren zijn door verschillen in opnamebeleid; sommige ziekenhuizen zullen bepaalde patiënten klinisch behandelen, terwijl andere ziekenhuizen hetzelfde type patiënten in een dagopname behandelt. Door het grote aantal opnamen waarover de berekeningen worden gedaan, kunnen de verschillen sneller significant zijn. Het is daarom van belang om niet alleen naar significantie, maar ook naar de grootte van het verschil ten opzichte van het landelijke gemiddelde te kijken. Dossieronderzoek kan uitwijzen wat redenen zijn van eventuele hoge of juiste lage Heropnamenratio’s. ​

Heropnamenratio

Heropnamenratio

Een heropname is gedefinieerd als een klinische opname binnen 30 dagen na de ontslagdatum van de klinische indexopname van de patiënt. De indexopname is de opname vóór de heropname. Met ingang van registratiejaar 2016 wordt voor de heropnamen een ratio berekend. Hierbij wordt het werkelijke (waargenomen) aantal heropnamen van een ziekenhuis afgezet tegen het verwachte aantal heropnamen dat berekend is aan de hand van de landelijke cijfers. Het CBS heeft het heropnamenmodel berekend, waarbij is gecorrigeerd op factoren die de kans op een heropname kunnen beïnvloeden. Deze factoren zijn: leeftijd, geslacht, sociaal-economische status, de zwaarte van de hoofddiagnose, nevendiagnosen, urgentie van opname, herkomst, jaar van ontslag en maand van opname. Het resultaat van deze modelberekening is door DHD gebruikt om de Heropnamenratio per ziekenhuis te berekenen.​

Laatst gewijzigd: mei 2017

Met ingang van dit jaar wordt voor de heropnamen een ratio berekend. Hierbij is gecorrigeerd voor factoren die de kans op een heropname kunnen beïnvloeden. Zie voor verdere uitleg hierover het antwoord bij de vraag ’Wat is de indicator Heropnamenratio en hoe wordt deze berekend?’. Met ingang van registratiejaar 2016 wordt een aantal aanvullende groepen uitgesloten waarvan verondersteld wordt dat heropnamen in deze groepen niet gerelateerd zijn aan de kwaliteit van de geleverde zorg. Deze exclusies zijn op basis van input van ziekenhuizen en onderzoek vastgesteld. Het betreft onderstaande codes. Een opname wordt niet geteld als een heropname als de hoofddiagnose van deze opname in een van onderstaande CCS-groepen valt:

  • Revalidatiezorg, aanpassen en bijstellen van prothesen en andere hulpmiddelen (CCS 254)

  • Sociale opname en contacten voor administratieve doeleinden (CCS 255)

  • Medisch onderzoek/evaluatie (CCS 256)

  • Overige nazorg (CCS 257)

  • Overige screening voor verdachte aandoeningen (niet mentale aandoeningen of infectieziekten) (CCS 258)

Laatst gewijzigd: mei 2017

De verschillen tussen de ziekenhuizen in aantallen heropnamen kunnen meerdere oorzaken hebben. Het kan te verklaren zijn door verschillen in opnamebeleid; sommige ziekenhuizen zullen bepaalde patiënten klinisch behandelen, terwijl andere ziekenhuizen hetzelfde type patiënten in een dagopname behandelt. Door het grote aantal opnamen waarover de berekeningen worden gedaan, kunnen de verschillen sneller significant zijn. Het is daarom van belang om niet alleen naar significantie, maar ook naar de grootte van het verschil ten opzichte van het landelijke gemiddelde te kijken. Dossieronderzoek kan uitwijzen wat redenen zijn van eventuele hoge of juiste lage Heropnamenratio’s. ​

Laatst gewijzigd: mei 2017

Alle vragen over Heropnamenratio

Wat is de HSMR en hoe wordt deze berekend?

​​​​HSMR staat voor Hospital Standardised Mortality Ratio. Met de HSMR wordt ingeschat of in een ziekenhuis meer of minder sterfte plaatsvindt dan het landelijk gemiddelde. Deze inschatting wordt gemaakt door de werkelijke sterfte af te zetten tegen de verwachte sterfte voor verschillende diagnosegroepen.

HSMR
Wat is de voorlopige HSMR en hoe wordt deze berekend?

​​De voorlopige HSMR is een vergelijking van de sterfte in uw ziekenhuis van afgelopen jaar (2016) met het landelijk gemiddelde in het daaraan voorgaande jaar (2015) en daarmee een indicatie van de interne ontwikkeling van de HSMR in uw ziekenhuis. Als de voorlopige HSMR afwijkt van de definitieve HSMR van vorig jaar, is dit gebaseerd op veranderingen die binnen het eigen ziekenhuis hebben plaatsgevonden. Het landelijke gemiddelde is immers in beide gevallen het gemiddelde van 2015. ​

HSMR
Zijn ziekenhuizen verplicht inzage te geven in de (voorlopige) HSMR?

​​​​​Ja, dit is verplicht. De voorlopige HSMR moet voor 1 juni worden aangeleverd bij de IGZ (hoe dit werkt, leest u onder het kopje ‘Rapport LBZ-indicatoren’). De definitieve HSMR moet voor 1 maart worden aangeleverd bij de NZa.

HSMR

HSMR

​​​​HSMR staat voor Hospital Standardised Mortality Ratio. Met de HSMR wordt ingeschat of in een ziekenhuis meer of minder sterfte plaatsvindt dan het landelijk gemiddelde. Deze inschatting wordt gemaakt door de werkelijke sterfte af te zetten tegen de verwachte sterfte voor verschillende diagnosegroepen.

Laatst gewijzigd: maart 2017

​​De voorlopige HSMR is een vergelijking van de sterfte in uw ziekenhuis van afgelopen jaar (2016) met het landelijk gemiddelde in het daaraan voorgaande jaar (2015) en daarmee een indicatie van de interne ontwikkeling van de HSMR in uw ziekenhuis. Als de voorlopige HSMR afwijkt van de definitieve HSMR van vorig jaar, is dit gebaseerd op veranderingen die binnen het eigen ziekenhuis hebben plaatsgevonden. Het landelijke gemiddelde is immers in beide gevallen het gemiddelde van 2015. ​

Laatst gewijzigd: mei 2017

​​​​​Ja, dit is verplicht. De voorlopige HSMR moet voor 1 juni worden aangeleverd bij de IGZ (hoe dit werkt, leest u onder het kopje ‘Rapport LBZ-indicatoren’). De definitieve HSMR moet voor 1 maart worden aangeleverd bij de NZa.

Laatst gewijzigd: mei 2017

Alle vragen over HSMR

Waarom is het interessant om deel te nemen aan de Omzetmonitor?

​​De Omzetmonitor is een landelijke database met productie- en omzetgegevens van Nederlandse ziekenhuizen en UMC’s, ontwikkeld in opdracht van de brancheorganisaties NVZ en NFU. Analyse van deze gegevens levert inzicht op in de financiële ontwikkelingen en prestaties van ziekenhuizen en UMC’s op landelijk niveau. 

Voor individuele ziekenhuizen wordt met de informatie uit de Omzetmonitor een verkoopprijzenbenchmark gemaakt, waarmee de eigen verkoopprijzen op verschillende niveaus vergeleken worden kunnen worden met die van de peergroup. Ook wordt de eigen productie afgezet tegen die van vergelijkbare ziekenhuizen in een zorgprofielenbenchmark. Beide benchmarks vindt u in het DHD-Dashboard.

De NVZ en NFU gebruiken de informatie onder andere ter onderbouwing van hun beleid en het versterken van hun positie in overlegsituaties met het Ministerie van VWS en Zorgverzekeraars Nederland. Jaarlijks wordt op basis van de Omzetmonitor het rapport ‘Kostenontwikkeling ziekenhuiszorg’ uitgebracht dat inzicht geeft in de omzetontwikkeling van de ziekenhuizen en UMC’s en daarmee een belangrijke basis vormt voor de evaluatie van de ontwikkeling van de zorgkosten. 


Omzetmonitor
Wanneer krijg ik informatie terug als ik het eenmaal heb aangeleverd?

​​DHD streeft ernaar om eind 2016 het rapport Kostenontwikkeling Ziekenhuiszorg te publiceren. De verkoopprijzenbenchmark in het DHD-dashboard wordt tweewekelijks bijgewerkt (bij aanlevering via de LBZ-financieel).​

Omzetmonitor
Hoe moet ik gegevens aanleveren?

​Productiegegevens levert u via de LBZ-financieel aan en daarnaast levert u nog enkele gegevens los aan. Indien in uw ziekenhuis LBZ-financieel nog niet geïmplementeerd is, kunt u ook de aanlevering in zijn geheel los aanleveren. Aanleveren gaat volgens de aanleverspecificaties (deze vindt u op de pagina Handleidingen en formulieren​)​. UMC's leveren hun productiedata aan via de specificaties van de NFU-monitor.​

Omzetmonitor

Omzetmonitor

​​De Omzetmonitor is een landelijke database met productie- en omzetgegevens van Nederlandse ziekenhuizen en UMC’s, ontwikkeld in opdracht van de brancheorganisaties NVZ en NFU. Analyse van deze gegevens levert inzicht op in de financiële ontwikkelingen en prestaties van ziekenhuizen en UMC’s op landelijk niveau. 

Voor individuele ziekenhuizen wordt met de informatie uit de Omzetmonitor een verkoopprijzenbenchmark gemaakt, waarmee de eigen verkoopprijzen op verschillende niveaus vergeleken worden kunnen worden met die van de peergroup. Ook wordt de eigen productie afgezet tegen die van vergelijkbare ziekenhuizen in een zorgprofielenbenchmark. Beide benchmarks vindt u in het DHD-Dashboard.

De NVZ en NFU gebruiken de informatie onder andere ter onderbouwing van hun beleid en het versterken van hun positie in overlegsituaties met het Ministerie van VWS en Zorgverzekeraars Nederland. Jaarlijks wordt op basis van de Omzetmonitor het rapport ‘Kostenontwikkeling ziekenhuiszorg’ uitgebracht dat inzicht geeft in de omzetontwikkeling van de ziekenhuizen en UMC’s en daarmee een belangrijke basis vormt voor de evaluatie van de ontwikkeling van de zorgkosten. 


Laatst gewijzigd: maart 2017

​​DHD streeft ernaar om eind 2016 het rapport Kostenontwikkeling Ziekenhuiszorg te publiceren. De verkoopprijzenbenchmark in het DHD-dashboard wordt tweewekelijks bijgewerkt (bij aanlevering via de LBZ-financieel).​

Laatst gewijzigd: maart 2017

​Productiegegevens levert u via de LBZ-financieel aan en daarnaast levert u nog enkele gegevens los aan. Indien in uw ziekenhuis LBZ-financieel nog niet geïmplementeerd is, kunt u ook de aanlevering in zijn geheel los aanleveren. Aanleveren gaat volgens de aanleverspecificaties (deze vindt u op de pagina Handleidingen en formulieren​)​. UMC's leveren hun productiedata aan via de specificaties van de NFU-monitor.​

Laatst gewijzigd: maart 2017

Alle vragen over Omzetmonitor