‘Niet méér, maar effectievere data’

Verslag symposium ‘Op weg naar het nieuwe onderhandelen’ – 9 oktober 2018 – Utrecht

‘Het wordt een hete herfst.’ Door de ramen van het Muntgebouw Utrecht schijnt een warme oktoberzon naar binnen, maar dat is niet waar dagvoorzitter Jesper Rijpma (NVZ) op doelt. Waar hij het wél over heeft: de verhitte onderhandelingen tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars die volop in gang zijn. Vandaag hebben we het namelijk over ‘het nieuwe onderhandelen’ en in het bijzonder de vraag hoe informatie daarbij kan helpen. 

091018 DHD symposium Utrecht 013.jpg

Rijpma trapt de dag af door de zaal een aantal vragen voor te leggen. Zo mogen de ruim 80 deelnemers raden hoeveel patiëntrecords (60 miljoen), opnamen (150 miljoen) en verrichtingen (meer dan een miljard) DHD sinds de oprichting in 2008 beheert. Een schat aan informatie dus die voor het oprapen ligt voor alle ziekenhuizen die bij de NVZ of NFU zijn aangesloten.


Omfietswijn

Iedereen heeft tijdens Prinsjesdag gezien voor welke uitdagingen de sector staat. De eerste spreker van de dag, Wout Adema (directeur Zorgverzekeraars Nederland), belicht de kant van de zorgverzekeraars. ‘We zijn gezonder en we worden ouder; hoe houden we de zorg betaalbaar?’ Hij verwijst daarbij naar het rapport ‘De juiste zorg op de juiste plek’, dat vandaag vaker zal worden aangehaald. 

091018 DHD symposium Utrecht 025.jpgEen gevoelig punt uit de Miljoenennota is dat de kosten van zorgverzekeringen in 2019 zullen stijgen. Adema illustreert de reactie erop aan de hand van ‘omfietswijn’. ‘Consumenten drinken graag goede wijn tegen een lage prijs. Dat je daarvoor moet omfietsen, wordt geaccepteerd.’ Dat geldt niet voor de stijgende kosten van zorgverzekeringen. We willen betaalbare zorg, maar zijn niet bereid om daarvoor ‘om te fietsen’.

Momenteel zijn zorgverzekeraars en ziekenhuizen met elkaar in onderhandeling. Een groot voordeel ten opzichte van vroeger is de beschikbaarheid van informatie. ‘Zorgverzekeraars beschikken over de data van Vektis, ziekenhuizen over die van DHD. Het is belangrijk om goed naar die data te kijken om zo aanknopingspunten te vinden voor de onderhandelingen.’


Het nieuwe oude onderhandelen

De afsluiting vormt een mooi bruggetje naar Jan-Iemke van Zwol (manager Financiën bij VieCuri Medisch Centrum), die uitlegt welke informatie hij gebruikt bij het voorbereiden van onderhandelingen. Maar hij begint met een disclaimer: ‘We hebben het vandaag over het nieuwe onderhandelen; daar zijn wij nog niet aan toe. Wij zijn nog steeds bezig met het oude onderhandelen, maar wel aan de hand van steeds betere informatievoorziening.’

091018 DHD symposium Utrecht 038.jpg

Van Zwol maakt samen met andere ziekenhuizen, de NVZ en DHD deel uit van de werkgroep informatievoorziening. Dat doet hij niet zonder reden. ‘Ziekenhuizen betalen een vaste bijdrage voor de diensten van DHD. Het is aan ons om daar zo goed mogelijk gebruik van te maken. Sinds 2016 wordt er daarom veel energie gestoken in de tijdigheid en toepasbaarheid van de informatieproducten – en met resultaat. Toch is er nog steeds veel te winnen. Daar richten we ons met de werkgroep op.’

Het financiële deel van de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) bevat sinds begin dit jaar actuele informatie van alle ziekenhuizen in Nederland. Daardoor worden de informatieproducten steeds waardevoller. Van Zwol somt op welke hij gebruikt. ‘De verkoopprijzenbenchmark geeft ons objectieve informatie over onze prijsstelling ten opzichte van andere ziekenhuizen, de marktaandelen zijn inmiddels voor 95% compleet, de Geneesmiddelenmonitor wordt heel enthousiast gebruikt door onze ziekenhuisapothekers en de leeftijdsopbouw en sociaal-economische status in de patiëntenmonitor zijn met name in ons gebied erg waardevol. Dat zorgt ervoor dat we goed onderbouwd de gesprekken kunnen aangaan.’


Value-based payment

091018 DHD symposium Utrecht 048.jpgEen ziekenhuis dat al verder is in het nieuwe onderhandelen is het Erasmus MC. Manager Sales en Externe Zorgrelaties Sander Hofstede legt uit hoe lastig dat is. ‘Wij hebben momenteel meer dan 400 zorginhoudelijke samenwerkingen, en dat aantal blijft stijgen nu netwerkgeneeskunde steeds belangrijker wordt. Het gaat erom dat je je verantwoordelijkheid in de regio neemt. Maar dat brengt wel uitdagingen met zich mee op het gebied van contractering.’

De samenwerkingen nemen namelijk niet alleen in aantal toe, maar ook in complexiteit. Hofstede: ‘De tertiaire zorg vindt op onze hoofdlocatie plaats, maar we zetten onze expertise en ons personeel in de hele regio in. De juiste zorg op élke plek. De verwijsrelaties naar andere ziekenhuizen nemen daardoor enorm toe. Dat vraagt steeds vaker om complexe samenwerkingsovereenkomsten, bijvoorbeeld op het gebied van nazorg. Hoe financier je dat?’

Hofstede licht als voorbeeld het proces rondom CVA-ketenzorg uit. Hierbij is gekozen voor de ontwikkeling van value-based payment. Dit model kent één gemandateerd coördinatiepunt, één budget en één contract met één zorgverzekeraar. Voordat het in de praktijk kan worden uitgevoerd, zijn er nog uitdagingen op te lossen. ‘Want hoe ga je bijvoorbeeld om met schaalbaarheid? Wie is verantwoordelijk? En eigenlijk vraagt ook de regelgeving om aanpassingen om écht sectoroverstijgend te kunnen samenwerken.’


95% dekking

Waar Jan-Iemke van Zwol in de ochtend al het gebruik van de financiële informatieproducten van DHD behandelde, gaat Harm Nico Plomp (teammanager Informatieproducten bij DHD) er dieper op in. De belangrijkste bron voor deze informatie is het financiële deel van de LBZ, dat inmiddels door 95% van de Nederlandse ziekenhuizen wordt aangeleverd en 85% tijdig is. ‘We zitten nu op aantallen waarmee je iets kunt vertellen. Doe er uw voordeel mee tijdens de onderhandelingen.’

 091018 DHD symposium Utrecht 065.jpg091018 DHD symposium Utrecht 043.jpg

Dat ‘vertellen’ doen we aan de hand van de diverse monitors die in het DHD-dashboard zitten, zoals de eerder genoemde verkoopprijzenbenchmark, Geneesmiddelenmonitor, marktinformatie en de nieuwe patiëntenmonitor. De meeste tools kunnen op verschillende analyseniveaus worden gebruikt: visualisaties en interactieve kaarten voor een snel beeld, analysetools waarmee dieper op een onderwerp kan worden ingegaan en downloads van de achterliggende datasets.

Plomp: ‘DHD is van en voor de ziekenhuizen. Dat betekent dat wij ondersteunend zijn; u bepaalt wat wij maken. Daarom horen we graag wat uw wensen en ervaringen zijn. Laten we het gesprek met elkaar aangaan, bijvoorbeeld straks bij de informatiemarkt of tijdens een van onze workshops.’


Pak zelf het initiatief

Je verantwoordelijkheid nemen in de regio: Erasmus MC doet het al en de NVZ juicht dat van harte toe. Manager Besturing & Bekostiging Kor Noorlag: De zorgkosten zullen in 2040 naar verwachting zijn verdubbeld. Daarom moeten we dingen anders gaan organiseren, zoals ook uit het rapport ‘De juiste zorg op de juiste plek’ blijkt. Het moet in de regio gaan gebeuren; wijkverpleging en huisartsen krijgen een grotere rol.’

091018 DHD symposium Utrecht 055.jpg

Alleen is dat nog niet zo eenvoudig als het klinkt. Want wat is ‘de regio’ precies? Er zijn verschillende indelingen voor. ‘Je kunt ook zelf een indeling maken op basis van het zorgaanbod, zoals ze in Groningen en Drenthe doen. Daarnaast zit je met vragen als: wat is in de regio nodig, wie neemt het initiatief, hoe kom je verder? Daarvoor zijn inzichten over de regio nodig, die kunnen worden opgedaan met de informatie die DHD aanbiedt.’

Terug naar de stijgende kosten: hoe druk je deze? ‘Een van de strategieën is de patiënt meer zelf te laten doen. Dat past ook in dit tijdsbeeld, waarin je bijvoorbeeld zelf je boodschappen scant in de supermarkt. De NVZ start met het programma JuMP – de juiste MSZ voor de patiënt.’ Hierin is onder andere aandacht voor de cultuur- en gedragsverandering die nodig is om de beweging naar de juiste zorg op de juiste plek en samenwerking in de regio te bewerkstellingen.


Overbodige zorg

We hebben de zorgverzekeraars gehoord, de ziekenhuizen, de NVZ, DHD… Een belangrijke groep die nog niet aan het woord is geweest, is de arts. Die rol neemt Hein Muller op zich, voorheen onder meer actief als internist en manager Kwaliteit & Veiligheid bij Tergooiziekenhuizen. Hij opent direct met een stevige eye-opener: ‘We hebben het allemaal over de grote financiële uitdaging waar we voor staan, maar 30% van de zorg die wordt geleverd, is overbodig. Er is een enorme kans om het beter te doen.’

Hij noemt een voorbeeld. ‘Uit analyse blijkt dat 90% van de buikoverzichtsfoto’s onnodig is. Vaak is het een middel voor uitstelrespons; “maak even een buikscan, dan zien we daarna wel verder”. Ondertussen blijkt uit een onderzoek van Johannes Govaert naar operaties voor colorectale kanker dat sturen op kwaliteit de kosten naar beneden brengt. Dat heb ik nog te weinig gehoord vandaag. Als je goed registreert en weet wat je doet, dan doe je je werk beter én maak je minder kosten.’

Een veelgehoord criterium dat ook vandaag meerdere malen werd genoemd, is dat al die data heel mooi zijn, maar er geen personeel is om er iets mee te doen. Daarom moet je volgens Muller vooral kritisch kijken naar wélke informatie je gebruikt. ‘Ik kijk zelf altijd naar onderscheidendheid van de indicatoren; op basis van welke criteria kun je zeggen hoe jouw ziekenhuis het doet? Op dat vlak scoort de Basisset MZS (IGJ) vrij goed. Zij schonen de boel ook op als een indicator nietszeggend blijkt te zijn.’


Niet méér, maar effectievere data

091018 DHD symposium Utrecht 031.jpg

Muller stuurt de bezoekers met een duidelijke opdracht naar huis: ‘Weet wat u verkoopt.’ Het vormt het startsein voor een discussie met de zaal aan de hand van een aantal stellingen. Zoals: ‘Er is meer informatie nodig om te onderhandelen op basis van indicatoren’. Waarbij iemand opmerkt dat hier ook een verantwoordelijkheid van de arts ligt om zich meer te laten horen met betrekking tot voorkeur voor bepaalde middelen. ‘Oneens,’ zegt een ander op de stelling, ‘er zijn gigantisch veel cijfers beschikbaar. We hebben niet méér, maar effectievere data nodig.’ 


Een andere vraag luidt: ‘Zorgverzekeraars en ziekenhuizen moeten over zelfde informatie kunnen beschikken. Moeten we naar één partij?’ ‘Waarom gaan Vektis en DHD niet samenwerken’, klinkt het uit de zaal. Harm Nico Plomp: ‘Wij zijn er voor de ziekenhuizen, dus bedienen we die als eerste. En als ziekenhuis heb je je eigen rol in het onderhandelingsproces. Dat wil alleen niet zeggen dat er geen informatie is waar je samen naar kunt kijken. Om die reden voeren we overleg met Vektis, maar ook met andere partijen.’ ‘Het maakt niet zoveel uit of het één partij is, maar het gaat er vooral om dat we het over hetzelfde hebben’, klinkt het vanuit de zaal.091018 DHD symposium Utrecht 073.jpg

Het laatste woord is dus nog niet gezegd. To be continued…..