Effect van COVID-19 op de diagnose en behandeling van kanker

Vandaag, 29 oktober, is het rapport ‘Effect van COVID-19 op de diagnose en behandeling van kanker’ verspreid onder de ziekenhuizen. Dit rapport gaat in op het aantal oncologische patiënten met een invasieve tumor dat is gediagnosticeerd en behandeld in de ziekenhuizen in vergelijking met regionale en landelijke cijfers. Het rapport is tot stand gekomen door een samenwerking van DHD en IKNL in opdracht van de Taskforce Oncologie.

​De coronapandemie heeft grote invloed op de oncologische zorg in de Nederlandse ziekenhuizen. Dat was tijdens de eerste golf duidelijk zichtbaar. De hoop is dat tijdens de tweede golf de gevolgen voor de oncologische zorg beperkt blijven. In het COVID-19-rapport van 5 oktober 2020 (bron: DHD) was te zien dat veel zorg is uitgesteld en dat dit ook van invloed was op de oncologische zorg. Onderstaand staan enkele uitkomsten uit het nieuwe rapport ‘Effect van COVID-19 op de diagnose en behandeling van kanker’. De bijbehorende ziekenhuis-specifieke rapporten zijn naar de ziekenhuizen verstuurd.


Op hoogtepunt eerste golf helft minder nieuwe oncologische patiënten

Om het effect van de coronapandemie op de oncologische zorg weer te geven, wordt het aantal oncologische patiënten dat een afspraak heeft gehad in het ziekenhuis per week getoond. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe patiënten. Op landelijk niveau daalde het aantal nieuwe patiënten tijdens het hoogtepunt van de eerste golf met ongeveer 50% ten opzichte van het gemiddelde in week 2 t/m 8. Voor de bestaande patiënten betrof deze daling ruim 30%.

Afbeelding1.png

Percentage nieuwe patiënten t.o.v. gemiddelde van week 2 t/m 8 van een fictief ziekenhuis, vergeleken met ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorg) en landelijke cijfers. Na week 26 is de volledigheid van de data per ziekenhuis verschillend. Bron: DHD

Afbeelding2.png

Percentage bestaande patiënten t.o.v. gemiddelde van week 2 t/m 8 van een fictief ziekenhuis, vergeleken met ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorg) en landelijke cijfers. Na week 26 is de volledigheid van de data per ziekenhuis verschillend. Bron: DHD


Gemiddeld bijna een derde minder diagnosen voor zes vaak voorkomende tumorsoorten

In onderstaande figuur is gekeken naar het aantal gestelde diagnosen ten opzichte van het aantal verwachte diagnosen op basis van historische data (PALGA). Als gevolg van de coronapandemie was het totaal aantal nieuwe diagnosen in maart, april en mei ongeveer 25% lager dan verwacht. 

Afbeelding3.png

Landelijk aantal gestelde t.o.v. verwachte diagnosen per week. Bron: PALGA


Verschillende tumorsoorten, verschillende afname aantal diagnosen

Het effect op het aantal gestelde diagnosen is ook bekeken voor de zes vaak voorkomende tumorsoorten: borstkanker, colon- en rectumkanker, huidmelanoom, long- en bronchuskanker, maag- en slokdarmkanker en prostaatkanker. Met name bij borstkanker blijft het aantal gestelde diagnosen achter ten opzichte van het aantal verwachte diagnosen. Daarbij valt op dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen landelijke en regionale cijfers. Voor prostaatkanker bijvoorbeeld is voor een van de regio’s het aantal gestelde diagnosen gelijk aan het aantal verwachte diagnosen, terwijl landelijk gezien het aantal gestelde diagnosen aanzienlijk achterblijft. 

Afbeelding4.png

Percentage gestelde t.o.v. verwachte diagnosen in week 9 t/m 40 per tumorsoort, uitgesplitst naar landelijk en één specifieke ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorg). Bron: PALGA


Aanzienlijke afname diagnostiek en operaties

Daarnaast geeft het rapport inzicht in de effecten van de coronapandemie op de behandeling. Er wordt onderscheid gemaakt naar uitgevoerde diagnostiek, uitgevoerde behandeling en follow-up. Landelijk gezien is tijdens de eerste golf een afname te zien in het aantal oncologische patiënten dat beeldvormende diagnostiek heeft gehad. Wat betreft de behandelingen is er vooral sprake van een afname van operatieve verrichtingen, terwijl het aantal patiënten dat chemotherapie heeft gekregen op het oude niveau is doorgegaan. Ten aanzien van de follow-up is vanaf de eerste corona-uitbraak een verwachte toename te zien in het aantal belconsulten, terwijl de herhaal-polikliniekbezoeken beduidend zijn afgenomen. Inzoomend op de tumorsoorten valt op dat patiënten met longkanker minder immunotherapie hebben gekregen.

Afbeelding5.png

 Afbeelding6.png


Landelijk aantal patiënten die diagnostiek, behandeling of follow-up hebben gehad, per week. Na week 26 is de volledigheid van de data per ziekenhuis verschillend. Werkelijke aantallen worden niet getoond, het gaat om de verhoudingen. Bron: DHD


Specifieke resultaten per ziekenhuis

Dit artikel laat enkele opvallende landelijke uitkomsten zien. Daarnaast worden ziekenhuis-specifieke rapporten verstuurd met daarin de aantallen bestaande en nieuwe patiënten. Op basis hiervan kunnen vergelijkingen worden gemaakt met de eigen regio en met de landelijke cijfers. Deze analyses zijn tevens uitgesplitst per tumorsoort.


Basis voor verder onderzoek

De ziekenhuis-specifieke rapportages kunnen worden gezien als een startpunt voor nader onderzoek. Zo kan bijvoorbeeld het effect op uitgestelde diagnosen en veranderde behandeling per tumorsoort worden bekeken in het licht van de nog te verwachten zorg. Deze rapportage biedt ziekenhuizen tevens de mogelijkheid om in een onderling gesprek van elkaar te leren.

In de rapportage kunnen de ziekenhuizen verder zien in welke mate de afschaling van de reguliere zorg invloed heeft gehad op de oncologie in het eigen ziekenhuis en de eigen regio. In combinatie met de regionale gegevens kan worden gekeken naar evenwichtigere spreiding van de zorg.


Totstandkoming rapportage

Het rapport is tot stand gekomen door een samenwerking van DHD en IKNL in opdracht van de Taskforce Oncologie. De partijen die hierin vertegenwoordigd zijn, zetten zich in om samen de impact van de coronacrisis voor patiënten met kanker zoveel mogelijk te beperken. De ziekenhuis-specifieke rapportage is opgesteld voor 73 ziekenhuizen en umc’s. Hiervoor hebben wij ons gebaseerd op de LBZ-data die de ziekenhuizen aan DHD aanleveren en de voorlopige diagnosen uit de PALGA-database afkomstig van IKNL. De informatie is bedoeld voor het eigen ziekenhuis en niet ter verantwoording naar andere instanties. Op 29 oktober zijn de rapportages digitaal verstuurd naar de gemachtigde gebruikers van het HSMR-rapport. 

Wilt u meer informatie, heeft u suggesties naar aanleiding van het rapport, of heeft u behoefte aan aanvullende gegevens voor uw eigen ziekenhuis? Neem dan contact op met de afdeling Patiëntenzorg & Kwaliteit van DHD via 030 799 61 65 of info@dhd.nl.


Voortaan onze nieuwsberichten ontvangen? Schrijf u dan in voor de nieuwsbrief