Toelichting op ICD-10 coderingen in tussenuitlevering Diagnosethesaurus

​Naar aanleiding van de meest recente uitlevering van de Diagnosethesaurus (versie 3.10 op woensdag 8 april) zijn vanuit meerdere ziekenhuizen vragen gesteld over wijzigingen in de ICD-10 koppelingen. Om meer duidelijkheid te geven en inzicht te geven in hoe de beslissingen tot stand zijn gekomen, vindt u onderstaand een toelichting.

​De WHO heeft met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 de ICD-10 codes voor COVID-19 gewijzigd en een codeerrichtlijn gepubliceerd die door het RIVM is overgenomen. In de richtlijn staat het volgende:

U07.1 mag nu alleen nog gebruikt worden bij een door een laboratorium bevestigde besmetting met SARS-CoV-2. Voor verdenking op of vermoedelijk COVID-19 maar (nog) niet bevestigd d.m.v. een positieve laboratoriumtest, of COVID-19 NNO, geldt dat er moet worden afgeleid naar de U07.2.

Beide codes worden door het RIVM meegeteld in de aantallen COVID-19-besmettingen.


Tussenuitlevering Diagnosethesaurus

Daarom zijn in de meest recente tussenuitlevering van de Diagnosethesaurus (versie 3.10 op woensdag 8 april) wijzigingen doorgevoerd in de ICD-10 codering bij bestaande termen gerelateerd aan COVID-19.

Op verzoek van het RIVM zijn op basis van de gewijzigde ICD-10 codes en de richtlijn bij de bestaande diagnosetermen de ICD-10 codes aangepast van U07.1 naar U07.2. De reden hiervoor is dat de diagnosetermen in de Diagnosethesaurus op dit moment geen onderscheid maken tussen de bevestigde gevallen en de gevallen waarbij het virus niet geïdentificeerd is. Dit onderscheid zou tot extra handelingen leiden, aangezien een ‘niet-bevestigde besmetting’ na bevestiging door laboratoriumonderzoek naar een ‘bevestigde besmetting’ zou moeten worden omgezet.


Vragen van ziekenhuizen

Diverse ziekenhuizen hebben ons gevraagd hoe en door wie nu de U07.1-code dient te worden vastgelegd. Wij zijn in gesprek met de branchepartijen om te bepalen hoe we dit kunnen oppakken. Op dit moment staat in het codeeradvies het volgende over het beoordelen van COVID-19-diagnosen:

Naslaan laboratoriumtesten: Indien de arts als diagnose COVID-19 aangeeft, maar in de ontslagbrief geen laboratoriumtest op COVID-19 is vermeld, adviseren we specifiek voor déze situatie het epd te raadplegen op positieve dan wel negatieve laboratoriumtesten op COVID-19.

In uitlevering 3.10 van de Diagnosethesaurus is daarnaast een aanpassing doorgevoerd in de DBC-afleidingen: op veler verzoek zijn de DBC-afleidingen van de COVID-19-termen met terugwerkende kracht beschikbaar gemaakt vanaf 1 januari 2020.

Ook is op verzoek van de wetenschappelijke vereniging van Interne geneeskunde de DBC bij '93408 - acute respiratoire aandoening door 2019 novel coronavirus' en bij '93409 - verdenking op acute respiratoire aandoening door 2019 novel coronavirus' gewijzigd van 469 naar 402.

 

Heeft u hier vragen over?

We realiseren ons dat het niet ideaal is dat er door voortschrijdend inzicht zo kort op elkaar wijzigingen worden doorgevoerd in de Diagnosethesaurus. Als u naar aanleiding van bovenstaande uitleg vragen of opmerkingen heeft, dan helpt onze Servicedesk u graag verder.


Kijk op deze pagina voor een overzicht van verschillende activiteiten naar aanleiding van COVID-19.