Aan de slag met de indicatoren

Ieder jaar ontvangen ziekenhuizen van DHD de uitkomsten op de indicatoren HSMR (voorlopig), Onverwacht Lange Opnameduur (OLO) en Heropnamenratio. De uitkomsten vormen geen eindpunt, maar zijn een aanknopingspunt voor verbetermogelijkheden in het zorgproces. Ze kunnen het beginpunt zijn van een gesprek of verder onderzoek ondersteunen.

Er zijn verschillende manieren om met de uitkomsten aan de slag te gaan. Daarbij is het belangrijk om de specifieke context van uw ziekenhuis in ogenschouw te nemen. Op deze pagina lichten we er drie voor u uit.


Inzoomen op de cijfers

WEB_sRGB_20200925_DHD_B2A9104.jpgDe uitkomsten in de Rapportage LBZ-indicatoren en het HSMR-rapport bevatten verschillende niveaus. In het geval van de sterftecijfers is er bijvoorbeeld de HSMR als overkoepelend cijfer en zijn daaronder SMR’s per diagnosecluster berekend. Zo kan het voorkomen dat uw HSMR niet significant afwijkt van het landelijk gemiddelde, maar er wel belangrijke aandachtspunten zijn binnen een of meerdere diagnoseclusters.

Om u te ondersteunen bij het analyseren van deze afwijkingen, biedt DHD de Hospital Data Viewer (HDV) aan. Met dit online instrument, dat op aanvraag beschikbaar is en in samenspraak met de ziekenhuizen wordt doorontwikkeld, heeft u altijd een actueel beeld van de cijfers. Dit is mogelijk doordat de LBZ-data wekelijks worden ververst.

De HDV bevat verschillende tools om u te helpen bij uw specifieke analyses:

  • Met de HSMR-, OLO- en Heropnamen-Monitor kunt u per indicator verdergaand inzicht verkrijgen in de diagnose- en patiëntengroepen die afwijken van een zelf gekozen peergroup.
  • De Overview-Monitor maakt het mogelijk om de drie indicatoren op verschillende manieren met elkaar te vergelijken – bijvoorbeeld per diagnosegroep/specialisme of met een zelf gekozen peergroup – om zo tot mogelijke nieuwe inzichten te komen.
  • Met de Casemix-Monitor vergelijkt u relevante aspecten van de LBZ-registratie (urgentie en Charlson-nevendiagnosen) met de landelijke gemiddelden. Afwijkende waarden voor de indicatoren kunnen immers ook een gevolg zijn van foutieve of onvolledige registratie.
  • Aanvullende modules, zoals de COVID-module, geven inzicht in zorgprocessen met behulp van ruwe cijfers. Deze modules ondersteunen u om uw uitkomsten nog beter te begrijpen en ze in de juiste context te plaatsen. Hierdoor kunnen verbetermogelijkheden nog gerichter worden aangewezen. 

 

Aanvullende informatie ophalen

Bij de Rapportage LBZ-indicatoren en het HSMR-rapport worden ook microbestanden in Excel beschikbaar gesteld. Deze bestanden bevatten de opnamen waarop de indicatoren zijn berekend. Deze gegevens kunnen ook vanuit de HDV worden gedownload voor actuele informatie.

U kunt met behulp van deze bestanden onder andere draaitabellen maken van patiëntengroepen die interessant zijn voor nader onderzoek, maar ook uw eigen ziekenhuisdata eraan koppelen. Heeft u bijvoorbeeld data van patiënten die opgenomen zijn geweest op de ic, dan kunt u deze koppelen aan de opnamen in de LBZ om zo verder inzicht te verkrijgen in verbanden en relevante opnamen te selecteren voor nader onderzoek.

Daarnaast kan het informatief zijn om informatie op te halen bij uw eigen zorgprofessionals. Wellicht kunt u gezamenlijk aanvullende inzichten verkrijgen over de afwijkende cijfers en vervolgonderzoek uitzetten, zoals kwaliteits- of dossieronderzoek. 

 

Inzoomen op patiëntendossiers

Door met behulp van de HDV de cijfers te monitoren en analyseren, kunnen dossiers worden geselecteerd voor nader onderzoek. Is er in uw ziekenhuis bijvoorbeeld een bepaald specialisme met significant meer heropnamen dan verwacht, dan kan dossieronderzoek aanvullend inzicht geven in mogelijke verbeterpunten.

Met de Triggertool in de HDV, de Nederlandstalige versie van de IHI Global Triggertool, kunnen de geselecteerde dossiers gestructureerd en effectief worden geanalyseerd. Het instrument bevat triggers (aanwijzingen voor onbedoelde schade) waarmee patiëntendossiers eerst door verpleegkundigen en daarna door specialisten kunnen worden gescreend op mogelijk onbedoelde zorgschade. De uitkomsten van het dossieronderzoek kunnen aanknopingspunten bieden voor verbeterplannen.

Daarnaast heeft DHD een efficiënte methode voor het automatisch triggeren van dossiers ontwikkeld. Met behulp van onder andere nevendiagnosen die zijn gecodeerd als complicaties in de LBZ kunnen bepaalde triggers van de Triggertool automatisch worden afgeleid. Een voorbeeld: bij een diagnosegroep met een verhoogde SMR kan met behulp van e-triggers worden geanalyseerd welke dossiers het meest relevant lijken om verder te onderzoeken. Verpleegkundigen kunnen daarmee sneller inzoomen op specifieke zorgprocessen die mogelijk aandacht behoeven, wat kostbare tijd kan schelen.


Aanvullende informatie

Meer informatie over dossieronderzoek, de triggertool en automatisch triggeren vindt u op deze pagina.